Dit is de rubriek waar de meeste misvattingen in zitten. Knaagdieren en konijnen worden aangeraden als eerste huisdier voor kinderen: klein, goedkoop, in een hok, en na een paar jaar is het over. Vrijwel elk deel van dat beeld klopt niet, en dat merkt u zodra u per soort kijkt in plaats van naar de groep.
Om te beginnen de levensduur, die enorm uiteenloopt. Een tamme muis haalt anderhalf tot twee jaar, een tamme rat en een Syrische hamster twee tot drie, een cavia vijf tot acht, een konijn acht tot twaalf en een chinchilla tien tot vijftien jaar, soms twintig. Dat is het verschil tussen een dier voor één schooljaar en een verplichting die langer duurt dan de gemiddelde hond.
Het tweede punt is gezelschap. Op één uitzondering na — de Syrische hamster, die strikt solitair is en altijd alleen hoort te wonen — zijn dit gezelschapsdieren die niet alleen gehouden horen te worden. Een konijn zonder tweede konijn, een cavia zonder soortgenoot, een degoe of gerbil in zijn eentje: dat zijn dieren die zichtbaar minder actief en waakzamer worden. Een mens is geen vervanging, want u slaapt niet in de ren en u bent er niet als het schemert. De uitwerking verschilt wel per soort: bij gerbils is koppelen een vak met wekenlange gewenning, bij dwerghamsters hangt het van de soort af, en bij muizen kunnen vrouwtjes prima in groepjes terwijl mannetjes onderling vrijwel altijd vechten.
Het derde punt is ruimte. Vrijwel elke kooi die in de winkel als hamster-, cavia- of konijnenkooi wordt verkocht, is te klein voor het dier dat erin moet. De richtlijnen die dierenartsen en houdersverenigingen aanhouden liggen fors hoger: 100 × 50 cm aaneengesloten bodem voor één Syrische hamster, 120 × 60 cm voor twee cavia's, 4 m² permanent toegankelijk voor twee konijnen. En het gaat niet alleen om oppervlak. Een gerbil wil dertig tot veertig centimeter bodem om in te graven, een chinchilla wil hoogte om in te springen, een rat wil klimruimte. Een verblijf dat bij de ene soort uitstekend is, is bij de andere een lege doos.
Bijna elke soort in deze groep heeft daarnaast één eis die nergens anders geldt en waar het misgaat als u die niet kent. De cavia kan zelf geen vitamine C aanmaken en moet die volledig uit zijn voer halen. De degoe verdraagt geen suiker en krijgt anders diabetes met staar. De chinchilla kan niet zweten en gaat boven de 28 °C binnen uren dood. Het konijn heeft hooi nodig als ongeveer 80% van zijn menu, anders lopen zijn kiezen scheef. Wie een dier uit deze rubriek overweegt, doet er goed aan eerst die ene eis op te zoeken. Vaak is dat het punt waarop de keuze verandert.

De degoe: het enige knaagdier dat overdag actief is, waarom suiker bij deze soort diabetes geeft, hoeveel ruimte hij vraagt en h…

De chinchilla als huisdier: waarom hij boven 25 graden in de problemen komt, hoe het zandbad werkt, wat hij mag eten en waarom h…

De tamme muis: waarom vrouwtjes in groepjes leven en mannetjes alleen, hoe u de geur beperkt, wat hij eet, hoe oud hij wordt en…

De tamme rat: waarom hij nooit alleen mag wonen, welke kooi past, wat hij eet en welke luchtweg- en tumorproblemen veel voorkome…

De Mongoolse gerbil: waarom hij een diepe graafbak nodig heeft in plaats van een kooi, hoe u dieren koppelt, wat hij eet en waar…

Dwerghamsters vergeleken: Russische, Campbelli, Roborovski en Chinese. Kooi, bodembedekking, voeding, diabetesrisico, samen of a…

De Syrische hamster: waarom hij strikt alleen moet wonen, hoe groot de kooi moet zijn, wat hij eet en waarom hij geen kinderdier…

De cavia: waarom hij vitamine C uit zijn voer moet halen, hoeveel ruimte hij nodig heeft, waarom hij nooit alleen hoort te zitte…

Waarom een konijn geen kooidier is: ruimte, hooi als basisvoeding, gezelschap van een soortgenoot, gebit en spijsvertering, gezo…