De chinchilla: een bergdier dat koelte, zand en gezelschap nodig heeft

Een chinchilla is een bergdier met de dichtste vacht van alle landzoogdieren, en dat bepaalt de verzorging. Hij kan niet zweten: boven de 25 °C raakt hij oververhit en boven de 28 °C kan het binnen uren dodelijk zijn. Wassen met water kan niet — hij reinigt zich in vulkanisch stof. Hij hoort niet alleen te leven, eet vrijwel alleen hooi en wordt 10 tot 15 jaar oud.
Uit het hooggebergte, met de dichtste vacht ter wereld
De chinchilla komt uit het Andesgebergte van Chili, waar hij op grote hoogte tussen rotsen leeft. Om die kou te overleven heeft hij de dichtste vacht van alle landzoogdieren: tot zestig haren per haarzakje, tegenover één tot vier bij de mens. Precies die vacht was de reden dat de soort in het wild vrijwel is uitgeroeid, en het is ook de reden waarom hij als huisdier bijzondere eisen stelt.
Een vacht die zo dicht is, kan warmte nauwelijks kwijt. Bovendien kan de chinchilla niet zweten. In het gebergte is dat geen probleem, in een Nederlandse woonkamer in juli wel. Verder is de vacht zo dicht dat vocht er niet uit trekt: een natte chinchilla droogt dagen niet en krijgt schimmelinfecties. Wassen met water is dus uitgesloten.
Kleurmutaties, en de combinaties die fokkers vermijden
De wildkleur van de chinchilla is grijs met een lichte buik. Daarnaast zijn er mutaties gefokt: beige, wit, ebony, violet, saffier en de zogenoemde black velvet met een donkere rug en een zwarte streep over de kop.
Twee daarvan vragen aandacht bij de aanschaf. Onder fokkers geldt de regel dat twee witte dieren niet onderling gepaard worden, en twee black velvets evenmin: uit die combinaties komen nauwelijks levensvatbare jongen. Het gaat om een vuistregel uit de fokkerij en niet om een in de literatuur uitgewerkte erfelijke afwijking, maar hij wordt breed aangehouden en dat is een reden om er bij een kweker naar te vragen.
Voor wie geen jongen wil fokken heeft de kleur verder geen betekenis: de verzorging is voor alle mutaties gelijk en er zijn geen aanwijzingen dat de ene kleur gevoeliger is dan de andere. Wat wel scheelt is de prijs, die voor de zeldzamere mutaties fors kan oplopen zonder dat u er een beter dier voor krijgt. Kies bij twijfel op karakter en gezondheid, niet op kleur.
10 tot 15 jaar en soms nog langer
De chinchilla is verreweg het langstlevende knaagdier dat gangbaar als huisdier wordt gehouden: 10 tot 15 jaar is normaal en 20 jaar komt voor. Dat maakt hem tot een verplichting die vergelijkbaar is met een hond, en dat wordt bij de aanschaf zelden meegewogen.
Een volwassen dier weegt 400 tot 800 gram. Chinchilla's zijn schemer- en nachtactief: overdag slapen ze, tegen de avond worden ze actief en dan springen ze indrukwekkend ver — tot 1,5 meter in één sprong. Dat gedrag bepaalt hoe het verblijf eruit moet zien.
Temperatuur: het punt waarop het levensgevaarlijk wordt
Dit is de belangrijkste eis van de soort. Een chinchilla voelt zich thuis tussen ongeveer 15 en 20 °C. Boven de 25 °C raakt hij oververhit, en boven de 28 °C kan dat binnen enkele uren dodelijk zijn. Symptomen zijn liggen op de zij, rode oren en snelle, oppervlakkige ademhaling.
Dat betekent praktisch: geen zonnige kamer, geen zolder, en in de zomer een koele ruimte of airconditioning. Een tegel of marmeren plaat in de kooi geeft verkoeling, maar is bij aanhoudende hitte niet genoeg. Wie geen ruimte heeft die in de zomer onder de 25 °C blijft, moet deze soort niet nemen. Ook een hoge luchtvochtigheid is ongunstig, omdat de vacht dan vocht vasthoudt.
Het zandbad en een kooi die vooral hoog is
Chinchilla's reinigen hun vacht door te rollen in zeer fijn vulkanisch stof. Dat is geen spelletje maar noodzakelijke verzorging: het zand haalt overtollig vet en vuil uit de haren. Bied het aan in een gesloten bak of schaal, ongeveer 3 tot 4 keer per week een half uur. Laat de bak niet permanent staan, want dan gaan sommige dieren erin plassen en drogen de ogen uit. Gebruik echt chinchillazand, geen vogelzand of speelzand.
De kooi moet vooral hoog zijn. Reken op minstens 100 cm hoog en 100 × 50 cm grondvlak voor twee dieren, met meerdere houten planken op verschillende hoogtes om tussen te springen. Gebruik onbehandeld hout — geen dennenhout met hars, wel bijvoorbeeld appel of wilg — want alles wordt aangeknaagd. Kunststof is ongeschikt: opgegeten plastic veroorzaakt darmverstopping.
De kamer chinchillaveilig maken
Chinchilla's krijgen graag een uur per dag vrije loop, en dat is aan te raden — maar niet zonder voorbereiding, want ze zijn snel, springen tot 1,5 meter en knagen alles aan wat binnen bereik komt.
Werk één kamer af. Snoeren zijn het grootste gevaar: een chinchilla bijt een stroomkabel in één beweging door. Leg ze weg of in kabelgoten, en trek waar mogelijk de stekkers eruit. Haal kamerplanten weg, want veel gangbare soorten zijn giftig. Sluit de ruimtes onder en achter kasten af met planken; een chinchilla die achter een boekenkast verdwijnt, komt er pas uit als hij dat zelf wil. Doe ramen dicht, ook op een kier, en zet de kamer niet in de volle zon.
Vangen doet u niet met de hand. Zet de kooi open op de grond en wacht: de meeste dieren gaan uit zichzelf terug voor het voer. Achterna lopen levert een schrikreactie op, en een chinchilla die zich in het nauw voelt, laat een pluk vacht los. Houd de vrije loop kort en op een vast tijdstip in de avond, wanneer het dier toch actief is.
Voeding: hooi, en zeer weinig anders
Een chinchilla heeft een uiterst gevoelige spijsvertering. De basis is onbeperkt hooi van goede kwaliteit, aangevuld met een beperkte hoeveelheid chinchillapellets — ongeveer een tot twee eetlepels per dag. Meer niet. Verse groente, fruit en noten zijn ongeschikt: ze veroorzaken diarree en opgeblazenheid, en die zijn bij deze soort levensbedreigend.
Als traktatie kunnen gedroogde kruiden of een enkel stukje gedroogde rozenbottel. Wees daar zuinig mee. Net als bij konijnen en cavia's groeien de kiezen levenslang door en is hooi nodig om ze af te slijten; gebitsproblemen zijn ook bij chinchilla's een veelvoorkomende reden voor een dierenartsbezoek, en behandeling vraagt narcose.
Met z'n tweeën, en wat het kost
Chinchilla's leven in het wild in kolonies en horen niet alleen gehouden te worden. Twee dieren van hetzelfde geslacht, bij voorkeur samen opgegroeid, is de gebruikelijke opzet. Koppelen van volwassen dieren vraagt geduld en gescheiden gewenning, vergelijkbaar met gerbils.
In de omgang zijn chinchilla's zachtaardig maar schrikachtig; ze bijten zelden maar laten zich niet graag vasthouden. Bij schrik kunnen ze een pluk vacht loslaten — vachtslip — als afweer. Dat groeit terug maar is een duidelijk signaal dat het dier zich bedreigd voelde. Reken op € 100 tot € 200 per dier, € 20 tot € 30 per maand aan hooi, pellets en zand, en eenmalig € 200 tot € 400 voor een geschikte hoge kooi.
Voor wie is een chinchilla geschikt
Een chinchilla past bij iemand die een koele ruimte heeft, die 's avonds thuis is en die een dier wil dat vooral bekeken en niet geknuffeld wordt. Het is een prachtig dier om naar te kijken: de sprongen, het zandbad en het gedrag in het schemer zijn opvallend.
Hij past niet bij kleine kinderen, niet bij wie een warme woning heeft, en niet bij wie een dier voor een paar jaar zoekt. Een verbintenis van 10 tot 15 jaar is lang, en de eisen aan temperatuur, voeding en gezelschap zijn onvergeeflijker dan bij de meeste andere knaagdieren.



