Knaagdieren en konijnen

De chinchilla: een bergdier dat koelte, zand en gezelschap nodig heeft

Grijze chinchilla in profiel met opgerichte oren en pluimstaart
Foto: Trurl66 — Public domain · Wikimedia Commons

Uit het hooggebergte, met de dichtste vacht ter wereld

De chinchilla komt uit het Andesgebergte van Chili, waar hij op grote hoogte tussen rotsen leeft. Om die kou te overleven heeft hij de dichtste vacht van alle landzoogdieren: tot zestig haren per haarzakje, tegenover één tot vier bij de mens. Precies die vacht was de reden dat de soort in het wild vrijwel is uitgeroeid, en het is ook de reden waarom hij als huisdier bijzondere eisen stelt.

Een vacht die zo dicht is, kan warmte nauwelijks kwijt. Bovendien kan de chinchilla niet zweten. In het gebergte is dat geen probleem, in een Nederlandse woonkamer in juli wel. Verder is de vacht zo dicht dat vocht er niet uit trekt: een natte chinchilla droogt dagen niet en krijgt schimmelinfecties. Wassen met water is dus uitgesloten.

Tien tot vijftien jaar en soms nog langer

De chinchilla is verreweg het langstlevende knaagdier dat gangbaar als huisdier wordt gehouden: tien tot vijftien jaar is normaal en twintig komt voor. Dat maakt hem tot een verplichting die vergelijkbaar is met een hond, en dat wordt bij de aanschaf zelden meegewogen.

Een volwassen dier weegt vier- tot achthonderd gram. Chinchilla's zijn schemer- en nachtactief: overdag slapen ze, tegen de avond worden ze actief en dan springen ze indrukwekkend ver — tot anderhalve meter in één sprong. Dat gedrag bepaalt hoe het verblijf eruit moet zien.

Temperatuur: het punt waarop het levensgevaarlijk wordt

Dit is de belangrijkste eis van de soort. Een chinchilla voelt zich thuis tussen ongeveer vijftien en twintig graden. Boven de vijfentwintig graden raakt hij oververhit, en boven de achtentwintig kan dat binnen enkele uren dodelijk zijn. Symptomen zijn liggen op de zij, rode oren en snelle, oppervlakkige ademhaling.

Dat betekent praktisch: geen zonnige kamer, geen zolder, en in de zomer een koele ruimte of airconditioning. Een tegel of marmeren plaat in de kooi geeft verkoeling, maar is bij aanhoudende hitte niet genoeg. Wie geen ruimte heeft die in de zomer onder de vijfentwintig graden blijft, moet deze soort niet nemen. Ook een hoge luchtvochtigheid is ongunstig, omdat de vacht dan vocht vasthoudt.

Het zandbad en de kooi

Chinchilla's reinigen hun vacht door te rollen in zeer fijn vulkanisch stof. Dat is geen spelletje maar noodzakelijke verzorging: het zand haalt overtollig vet en vuil uit de haren. Bied het aan in een gesloten bak of schaal, ongeveer drie tot vier keer per week een half uur. Laat de bak niet permanent staan, want dan gaan sommige dieren erin plassen en drogen de ogen uit. Gebruik echt chinchillazand, geen vogelzand of speelzand.

De kooi moet vooral hoog zijn. Reken op minstens honderd centimeter hoog en honderd bij vijftig centimeter grondvlak voor twee dieren, met meerdere houten planken op verschillende hoogtes om tussen te springen. Gebruik onbehandeld hout — geen dennenhout met hars, wel bijvoorbeeld appel of wilg — want alles wordt aangeknaagd. Kunststof is ongeschikt: opgegeten plastic veroorzaakt darmverstopping.

Voeding: hooi, en zeer weinig anders

Een chinchilla heeft een uiterst gevoelige spijsvertering. De basis is onbeperkt hooi van goede kwaliteit, aangevuld met een beperkte hoeveelheid chinchillapellets — ongeveer een tot twee eetlepels per dag. Meer niet. Verse groente, fruit en noten zijn ongeschikt: ze veroorzaken diarree en opgeblazenheid, en die zijn bij deze soort levensbedreigend.

Als traktatie kunnen gedroogde kruiden of een enkel stukje gedroogde rozenbottel. Wees daar zuinig mee. Net als bij konijnen en cavia's groeien de kiezen levenslang door en is hooi nodig om ze af te slijten; gebitsproblemen zijn ook bij chinchilla's een veelvoorkomende reden voor een dierenartsbezoek, en behandeling vraagt narcose.

Gezelschap, omgang en kosten

Chinchilla's leven in het wild in kolonies en horen niet alleen gehouden te worden. Twee dieren van hetzelfde geslacht, bij voorkeur samen opgegroeid, is de gebruikelijke opzet. Koppelen van volwassen dieren vraagt geduld en gescheiden gewenning, vergelijkbaar met gerbils.

In de omgang zijn chinchilla's zachtaardig maar schrikachtig; ze bijten zelden maar laten zich niet graag vasthouden. Bij schrik kunnen ze een pluk vacht loslaten — vachtslip — als afweer. Dat groeit terug maar is een duidelijk signaal dat het dier zich bedreigd voelde. Reken op honderd tot tweehonderd euro per dier, twintig tot dertig euro per maand aan hooi, pellets en zand, en eenmalig twee- tot vierhonderd euro voor een geschikte hoge kooi.

Voor wie is een chinchilla geschikt

Een chinchilla past bij iemand die een koele ruimte heeft, die 's avonds thuis is en die een dier wil dat vooral bekeken en niet geknuffeld wordt. Het is een prachtig dier om naar te kijken: de sprongen, het zandbad en het gedrag in het schemer zijn opvallend.

Hij past niet bij kleine kinderen, niet bij wie een warme woning heeft, en niet bij wie een dier voor een paar jaar zoekt. Tien tot vijftien jaar is een lange verbintenis, en de eisen aan temperatuur, voeding en gezelschap zijn onvergeeflijker dan bij de meeste andere knaagdieren.

Veelgestelde vragen

Bij welke temperatuur wordt het gevaarlijk voor een chinchilla?
Boven de vijfentwintig graden raakt hij oververhit en boven de achtentwintig kan dat binnen uren dodelijk zijn. Chinchilla's kunnen niet zweten en hun vacht laat warmte nauwelijks door. Een koele ruimte is bij deze soort geen luxe maar een voorwaarde.
Mag een chinchilla in bad met water?
Nee. De vacht is zo dicht dat water er dagen in blijft zitten, wat schimmelinfecties veroorzaakt. Reinigen gebeurt met een zandbad van fijn chinchillazand, drie tot vier keer per week een half uur.
Mag een chinchilla fruit of groente?
Beter niet. De spijsvertering is zeer gevoelig en vers voer veroorzaakt diarree en opgeblazenheid, wat bij deze soort levensbedreigend is. Onbeperkt hooi plus een tot twee eetlepels pellets per dag is het complete menu.

Lees ook