Knaagdieren en konijnen

De gerbil: een graver uit de woestijn die dag en nacht bezig is

Drie gerbils dicht tegen elkaar op een steen
Foto: shankar s. from Dubai, united arab emirates — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Een gerbil is een graver, en dat is geen bijzaak: in een gewone tralie-kooi krabt hij urenlang in een hoek, in een bak met 30 tot 40 cm bodem legt hij binnen dagen een gangenstelsel aan. Hij is in korte cycli actief en dus ook overdag te zien, ruikt opvallend weinig en wordt 3 tot 4 jaar oud. Houd er altijd twee — en pak hem nooit bij de staart.

Een steppedier dat leeft om te graven

De gerbil die als huisdier wordt gehouden, is vrijwel altijd de Mongoolse gerbil, afkomstig uit de droge steppen en halfwoestijnen van Mongolië en Noord-China. Daar leeft hij in familiegroepen in uitgebreide gangenstelsels met meerdere ingangen, slaapkamers en voorraadkamers. Dat graafgedrag is niet iets wat hij doet als hij zich verveelt: het is de kern van zijn bestaan.

De soort is pas sinds de jaren vijftig als huisdier in Europa. Wie een gerbil in een standaardkooi zet, ziet daardoor een dier dat urenlang in een hoek krabt of aan de tralies knaagt — geen ondeugd, maar een dier dat probeert te doen waar het voor gebouwd is. Geef hem een diepe laag bodembedekking en datzelfde dier legt binnen dagen een compleet gangenstelsel aan waar u eindeloos naar kunt kijken.

3 tot 4 jaar en overdag ook wakker

Gerbils worden 3 tot 4 jaar oud, wat langer is dan hamsters. Ze wegen 70 tot 140 gram en hebben een behaarde staart met een pluimpje aan het eind — een verschil met ratten en muizen dat meteen opvalt.

Een groot voordeel voor gezinnen is het activiteitspatroon. Gerbils zijn niet strikt nachtactief maar werken in korte cycli: een paar uur actief, dan slapen, dan weer actief, verspreid over het hele etmaal. U ziet ze dus ook overdag. Daarmee zijn ze veel geschikter voor kinderen dan hamsters, die bij daglicht vrijwel altijd slapen.

Trommelen met de achterpoten

Gerbils communiceren met hun poten. Een dier dat met beide achterpoten snel op de bodem roffelt, geeft daarmee een signaal af dat door de grond doorklinkt — in een gangenstelsel is dat een efficiëntere manier om de familie te bereiken dan geluid door de lucht.

Er zijn ruwweg twee vormen. Kort, hard en abrupt roffelen is alarm: er is iets gezien of gehoord, en de andere dieren duiken de gangen in. Dat hoort u vaak als er onverwacht iemand de kamer binnenkomt of als er buiten een deur slaat. Langer, ritmisch en zachter trommelen hoort bij baltsgedrag en komt vooral bij volwassen mannetjes voor, ook als er geen vrouwtje in de buurt is.

Jonge dieren beginnen er rond de zevende tot achtste levensweek mee. Trommelt een gerbil dagenlang veel vaker dan anders, kijk dan naar de omgeving: een kooi naast een wasmachine, een televisie tegen dezelfde wand of een kat die op de kast ligt, houdt het dier in een voortdurende staat van alarm.

De graafbak in plaats van de kooi

De belangrijkste keuze is het verblijf. Een traditionele tralie-kooi werkt voor gerbils slecht, omdat de bodembedekking eruit valt zodra ze gaan graven. Wat wel werkt is een grote glazen of houten bak — een omgebouwd aquarium van minstens 100 liter, of een zelfbouwbak — met een gaasdeksel voor ventilatie en een bodemlaag van 30 tot 40 cm.

Meng die bodem: alleen los materiaal stort in. Een combinatie van bodembedekking met hooi en wat stro geeft de stevigheid die nodig is om gangen te laten staan. Verder een zandbak met chinchillazand om te rollen, kartonnen buizen om te knagen en een loopwiel met gesloten loopvlak van minimaal 20 cm. Kunststof huisjes zijn zinloos: die zijn binnen een week opgeknaagd.

Altijd met z'n tweeën, maar koppelen is een vak

Gerbils zijn uitgesproken sociaal en horen niet alleen te wonen. Een paar van hetzelfde geslacht is de gebruikelijke opzet, bij voorkeur twee dieren uit hetzelfde nest. Ze slapen tegen elkaar aan, poetsen elkaar en trommelen met hun achterpoten om te waarschuwen.

Het lastige is dat gerbils onderling zeer territoriaal kunnen worden. Sterft een van de twee, dan is een nieuwe metgezel niet zomaar toe te voegen: dat vraagt de zogenoemde split-cage-methode, waarbij de dieren wekenlang door een gaas gescheiden naast elkaar leven en dagelijks van kant wisselen. Slaat dat mis, dan volgt een gevecht dat binnen een minuut ernstig letsel oplevert. Wie geen zin heeft in dat proces, kan beter meteen twee jonge dieren samen nemen.

De buikklier: merken, en de plek waar gezwellen ontstaan

Midden op de buik van een gerbil zit een kale, licht ovale plek: de buikklier. Die scheidt een vettige stof af waarmee het dier zijn territorium markeert. U ziet het gedrag zodra u iets nieuws in de bak legt — het dier gaat er met de buik overheen schuiven, soms tientallen keren achter elkaar. Bij mannetjes is de klier groter en het gedrag opvallender, omdat de afscheiding hormonaal gestuurd is, maar vrouwtjes doen het ook.

Dat markeren verklaart een deel van het koppelprobleem. Een verblijf dat volledig is gemerkt door het ene dier, ruikt voor een nieuwkomer als vijandig gebied; dat is de reden dat een hersocialisatie in een schoongemaakte, neutrale bak beduidend beter verloopt dan in de bestaande.

De buikklier is bij deze soort ook de meest voorkomende plaats voor gezwellen, vooral bij oudere mannetjes. Voel er daarom af en toe aan: een verdikking, een korstje dat niet geneest of een wondje dat blijft bloeden hoort door een dierenarts met knaagdierervaring bekeken te worden. Verwijderen is bij een tijdig ontdekt gezwel doorgaans goed te doen.

Voeding en het lage waterverbruik

Een gerbilmengsel van zaden, granen en gedroogde kruiden vormt de basis, aangevuld met een klein beetje verse groente en enkele keren per week een eiwitbron zoals een meelworm. Strooi het voer over de bak in plaats van het in een bakje te leggen: zoeken is voor een gerbil een dagvullende bezigheid en voorkomt verveling.

Als woestijndier heeft de gerbil een uitzonderlijk zuinige waterhuishouding. Hij drinkt weinig en produceert zeer geconcentreerde urine, waardoor een gerbilverblijf opvallend weinig ruikt — een van de aangenaamste eigenschappen van deze soort. Vers water moet er wel altijd zijn. Vermijd zonnebloempitten in ruime mate: gerbils eten die het liefst en worden er te vet van.

De staart: nooit vastpakken

Een aandachtspunt dat specifiek voor deze soort geldt: pak een gerbil nooit bij de staart. De huid van de staart laat los als afweermechanisme tegen roofdieren en groeit niet terug. Til hem op door hem in een kokertje te laten lopen of met twee handen om het lichaam.

Gezwellen, aanvallen en wat het kost

Verder komen bij oudere gerbils gezwellen voor, met name aan de buikklier, en soms epilepsie-achtige aanvallen die meestal vanzelf overgaan. Overgroeide tanden zien we minder vaak dan bij konijnen, mits er genoeg te knagen is. De kosten zijn laag: € 10 tot € 15 per dier, en € 15 tot € 25 per maand aan voer en bodembedekking voor twee dieren. Een deugdelijke graafbak vraagt eenmalig € 100 tot € 200 of wat handigheid.

Voor wie is een gerbil geschikt

Gerbils zijn een van de beste keuzes voor wie een klein knaagdier wil dat overdag te zien is, weinig ruikt en fascinerend gedrag vertoont. Voor gezinnen met kinderen vanaf een jaar of zeven werken ze goed, mits het kind leert dat vasthouden voorzichtig gaat en dat de staart verboden terrein is.

Ze passen minder goed bij wie geen ruimte heeft voor een grote bak, want een gerbil in een gewone kooi is een ongelukkig dier. En houd rekening met het koppelprobleem: als een van de twee overlijdt, staat u voor de keuze tussen een tijdrovende hersocialisatie of een alleen achterblijvend dier. Dat is bij deze soort het lastigste punt.

Veelgestelde vragen

Waarom mag u een gerbil niet bij de staart pakken?
De huid van de staart laat los als afweer tegen roofdieren en groeit niet terug. Het dier houdt er een kale, soms geamputeerde staart aan over. Til een gerbil met twee handen om het lichaam op, of laat hem in een kokertje lopen.
Hoeveel bodembedekking heeft een gerbil nodig?
Een laag van 30 tot 40 cm, gemengd met hooi of stro zodat de gangen blijven staan. Zonder graafmogelijkheid gaat een gerbil aan de tralies knagen of in een hoek krabben; dat is frustratiegedrag, geen ondeugd.
Kan ik later een tweede gerbil toevoegen?
Alleen met de split-cage-methode: weken gescheiden door gaas, dagelijks van kant wisselen, en pas samenvoegen als er geen spanning meer is. Zomaar bij elkaar zetten leidt vrijwel altijd tot een ernstig gevecht.

Lees ook