De tamme muis: klein, snel en vooral een kijkdier

Een tamme muis is een kijkdier: te snel en te klein om vast te houden, maar in een goed ingericht verblijf voortdurend bezig. Neem vrouwtjes — die leven prima in groepjes van drie tot vijf en ruiken veel minder sterk dan mannetjes, die onderling vrijwel altijd vechten. Reken op 80 × 40 cm voor zo'n groepje, tralies van hooguit 1 cm, en een korte levensduur van 1,5 tot 2 jaar.
Het kleinste gangbare knaagdier in huis
De tamme muis is de gedomesticeerde huismuis en wordt al eeuwen gehouden, aanvankelijk in China en Japan om zijn kleurvariaties. Een volwassen dier weegt 20 tot 40 gram en is inclusief staart een centimeter of vijftien lang. Daarmee is het het kleinste knaagdier dat gangbaar als huisdier wordt gehouden.
Dat formaat bepaalt vrijwel alles aan de omgang. Muizen zijn razendsnel, springen goed en ontsnappen door een opening van een centimeter. Ze laten zich met geduld wel aan de hand wennen, maar vasthouden gaat lastig en is voor het dier stressvol. Wie een knaagdier zoekt om vast te houden, komt bij de rat of de cavia beter uit; de muis is vooral een dier om naar te kijken.
Waar de tamme muis vandaan komt, en wat de kleurslagen betekenen
De tamme muis is een van de oudste gezelschapsdieren van Europa en Azië. In China en Japan werden bijzonder gekleurde huismuizen al eeuwenlang gehouden en verhandeld, waaronder de zogenoemde walsende muizen met een aangeboren evenwichtsafwijking die ze in kringetjes deed lopen — destijds als curiositeit gewaardeerd, nu een aandoening die niemand doelbewust zou willen fokken. In Groot-Brittannië werd het houden in 1895 formeel georganiseerd met de oprichting van de National Mouse Club, en de kleurslagen die daar zijn vastgelegd zijn nog altijd de basis van wat u in de handel ziet.
Uit diezelfde dieren komt ook de laboratoriummuis voort, wat verklaart waarom de soort genetisch zo goed in kaart is gebracht. Voor een houder heeft dat één praktische betekenis: sommige kleurslagen dragen aandoeningen met zich mee. De bekendste is de gele of agouti-gele muis, waarbij de erfelijke aanleg voor de gele kleur samenhangt met overgewicht en een verhoogde kans op tumoren.
Dat is geen reden om een gele muis te laten staan, wel om bij een kweker te vragen hoe oud de ouderdieren zijn geworden. Wie op gezondheid wil kiezen, komt met een eenvoudige agouti of zwarte muis van een hobbykweker doorgaans het verst.
1,5 tot 2 jaar
De levensduur van een tamme muis is kort: 1,5 tot 2 jaar, soms iets langer. Dat is nog korter dan bij hamsters en het is een reëel bezwaar, zeker voor kinderen. Daar staat tegenover dat de verzorging eenvoudig en goedkoop is en dat een muizengroep in een goed verblijf voortdurend iets te zien geeft.
Muizen zijn vooral in de schemering en 's nachts actief, maar anders dan hamsters worden ze ook overdag geregeld wakker voor een korte ronde. Ze planten zich extreem snel voort: een vrouwtje kan al op 6 weken drachtig raken en werpt na 3 weken. Houd mannetjes en vrouwtjes daarom nooit samen, tenzij u bewust wilt fokken.
Vrouwtjes in groepjes, mannetjes alleen
Hier zit het belangrijkste verschil met andere knaagdieren. Vrouwtjesmuizen leven uitstekend in groepjes van drie tot vijf en zijn dan het leukst om te zien: ze slapen op een hoop, poetsen elkaar en zijn samen veel actiever. Mannetjes daarentegen zijn onderling sterk territoriaal en vechten vrijwel altijd, ook broers die samen opgroeiden. Twee volwassen mannetjes in één kooi loopt bijna zeker uit op ernstig letsel.
De praktische conclusie is dus: neem vrouwtjes. Een mannetje kan alleen gehouden worden en wordt vaak opvallend tam, maar hij mist gezelschap en hij ruikt aanzienlijk sterker. Wilt u toch een mannetje, houd hem dan alleen en geef hem extra aandacht en afleiding.
Geur, kooi en inrichting
Muizen ruiken, en dat is de meest genoemde reden om er weer mee te stoppen. De urine van mannetjes is uitgesproken sterk; vrouwtjes vallen veel minder op. Wat helpt: een ruime kooi met goede ventilatie, een absorberende bodembedekking, een vaste plaskoek-hoek die u dagelijks uitschept en één keer per week de bodem volledig verversen. Een volledige schoonmaak vaker dan wekelijks werkt averechts, want dan zetten de dieren opnieuw geurmerken.
Houd voor drie tot vier vrouwtjes minstens 80 × 40 cm aan, met tralies van hooguit een centimeter of een glazen bak met gaasdeksel. Vul hem met een dikke laag bodembedekking, hooi, kartonnen buizen, touwen en klimtakken; muizen klimmen graag, dus hoogte wordt hier wel gebruikt. Een loopwiel met gesloten loopvlak van minstens 12 cm hoort erbij.
Een verblijf muisdicht maken
Een volwassen muis komt door een opening van ongeveer 1 cm, en een jong dier door minder. Dat maakt het verblijf de meest onderschatte aankoop van deze soort: veel kooien die als muizenkooi worden verkocht, hebben tralies van 1,2 tot 1,5 cm en houden alleen de dikste dieren binnen.
Controleer daarom vooraf drie dingen. De tralieafstand, die hooguit 1 cm mag zijn — een glazen bak met een goed sluitend gaasdeksel is veiliger. De deurtjes, want muizen leren schuifjes openduwen en een klemmetje dat alleen op de veer sluit, gaat een keer mis. En de doorvoeren voor drinkflesjes en voerbakken, waar vaak net iets te veel ruimte omheen zit.
Gaat er toch een dier vandoor, sluit dan de kamer af en zet 's avonds een emmer met een paar centimeter bodembedekking, wat voer erin en een looprichel ernaartoe; muizen springen er wel in maar er niet uit, en met bodembedekking op de bodem loopt het onschadelijk af. Zoeken heeft geen zin: een muis in een kamer hoort u eerder dan u hem ziet.
Zaad, eiwit en verspreid voeren
Een zadenmengsel voor muizen vormt de basis. Muizen zijn omnivoor, dus een eiwitbron enkele keren per week — een meelworm, een stukje gekookt ei — is verstandig. Daarnaast kleine hoeveelheden verse groente. De porties zijn minimaal: een volwassen muis eet ongeveer 3 tot 5 gram per dag.
Verspreid het voer door het verblijf in plaats van het in een bakje te doen. Muizen zijn foerageerders en zoeken graag; dat is een van de eenvoudigste manieren om verveling te voorkomen. Vermijd zonnebloempitten en noten in ruime hoeveelheid, want die worden er selectief uitgepikt en zijn te vet. Vers water moet altijd beschikbaar zijn, bij voorkeur uit een flesje omdat een bakje snel vervuilt.
Luchtwegen, kosten en hoe u ze oppakt
Muizen zijn vatbaar voor luchtwegproblemen, net als ratten, vooral bij slechte ventilatie of stoffige bodembedekking. Bij oudere dieren komen gezwellen veel voor. Omdat ze zo klein zijn, gaat een zieke muis snel achteruit; wacht dus niet af als een dier bol zit, niet eet of zwaar ademt.
De kosten zijn de laagste van alle huisdieren: enkele euro's per dier en € 10 tot € 15 per maand voor een groepje. Een goede kooi kost € 50 tot € 100. In de omgang geldt: laat ze op uw vlakke hand komen in plaats van te grijpen, doe dat boven een bak, en pak nooit bij de staart. Muizen zijn hier nog kwetsbaarder in dan gerbils.
Voor wie is een tamme muis geschikt
Een groepje vrouwtjesmuizen is een goede keuze voor wie weinig ruimte heeft, weinig wil uitgeven en het leuk vindt om naar dieren te kijken die voortdurend bezig zijn. In een goed ingericht verblijf met veel klimmogelijkheden is dat werkelijk vermakelijk.
De muis past niet bij wie een aaidier zoekt, bij wie geen enkele geur wil, of bij jonge kinderen die het dier willen vasthouden. En houd rekening met de korte levensduur van 1,5 tot 2 jaar. Voor een kind dat wil leren verzorgen en observeren, met een volwassene die het echte werk doet, kan het wel een geslaagde eerste kennismaking zijn.



