Dit zijn de dieren voor wie land heeft. Alpaca's, dwerggeiten, ezels, shetlandpony's en hangbuikzwijnen zijn geen grote knuffeldieren maar kuddedieren met een eigen wereld, en ze brengen een kant mee die bij huisdieren niet speelt: ze zijn landbouwhuisdieren, met alles wat daar juridisch bij hoort.
Begin daarom bij de administratie, want die valt niet te omzeilen. Voor elk dier in deze rubriek heeft u een UBN nodig, een uniek bedrijfsnummer voor de locatie, aan te vragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Daarnaast geldt de identificatie- en registratieplicht: oormerken bij dwerggeiten en hangbuikzwijnen, een paspoort en chip bij ezels en shetlandpony's. Bij varkens komt daar het zwaarste regime bovenop: elk transport moet gemeld worden, er geldt een standstill-periode na aanvoer, en bij een uitbraak van varkenspest kunnen ook hobbydieren onder vervoersverboden vallen. Controleer bovendien altijd het bestemmingsplan van uw gemeente; niet elk perceel mag voor het houden van landbouwhuisdieren worden gebruikt.
Het tweede dat al deze soorten delen, is dat ze nooit alleen mogen staan. Bij alpaca's is twee zelfs te weinig: houd er minstens drie, zodat er na een sterfgeval nog een kudde overblijft. Bij ezels ligt het nog scherper, want ezels vormen buitengewoon sterke paarbanden en een achterblijvend dier kan stoppen met eten en hyperlipemie ontwikkelen, een dodelijke vetstofwisselingsstoornis. Een geit of een schaap als gezelschap voor een pony wordt vaak genoemd maar is een zwakke vervanging: paardachtigen zijn op soortgenoten ingesteld.
Het derde is de voetzorg. Hoeven groeien door en slijten op een Nederlandse weide onvoldoende af. Geiten, ezels en pony's moeten elke zes tot tien weken bekapt worden, alpaca's hebben twee tot vier keer per jaar nagelverzorging nodig en bij een hangbuikzwijn van 80 kg is bekappen zo'n klus dat er vaak sedatie aan te pas komt. Dit is de meest onderschatte routineklus van de rubriek en de belangrijkste oorzaak van kreupelheid.
En dan de rode draad die bij vrijwel elk van deze dieren terugkomt: ons gras is te goed. De shetlandpony is gefokt op schraal eilandgras en wordt op een Nederlandse weide binnen een seizoen te dik, met hoefbevangenheid als gevolg. De ezel komt uit een droog gebied, haalt veel meer energie uit vezel dan een paard en eet daarom vooral stro. Het hangbuikzwijn wordt zo zwaar dat de vetplooien de ogen kunnen afsluiten. Overvoeren is in deze groep geen kwestie van verwennen maar de belangrijkste oorzaak van blijvende schade. Reken daarnaast op de termijn: een geit haalt twaalf tot vijftien jaar, een alpaca vijftien tot twintig, een varken twaalf tot twintig, een pony twintig tot dertig en een ezel dertig tot veertig jaar.

Het hangbuikzwijn: waarom minivarkens niet mini blijven, hoeveel ruimte ze vragen, het verbod op keukenresten en de vervoersrege…

Ezels houden: waarom ze nooit alleen mogen staan, waarom regen een probleem is, wat ze eten, hoe vaak de hoeven bekapt moeten wo…

De shetlandpony: waarom hij te snel te dik wordt, wat hoefbevangenheid is, hoeveel land hij vraagt en welke kosten en papieren e…

Alpaca's houden: waarom er minstens drie moeten zijn, hoeveel land ze nodig hebben, de jaarlijkse scheerbeurt, de registratie en…

Dwerggeiten houden: waarom er altijd twee moeten zijn, welk hek werkelijk werkt, wat ze eten, de registratieplicht en het bekapp…