De alpaca: een rustig kuddedier dat niet geknuffeld wil worden

Een alpaca is een kameelachtige en geen groot schaap: zachte voetzolen in plaats van hoeven, een vacht die niet vanzelf loslaat en een karakter dat afstand houdt. Houd er minstens drie — bij twee blijft er na een sterfgeval één alleen achter — op ruwweg 1.000 m² per dier. Scheren is elk voorjaar verplicht werk, anders raakt het dier in de zomer oververhit. Ze worden 15 tot 20 jaar oud.
Een Zuid-Amerikaans kameelachtige, geen groot schaap
De alpaca komt uit het hoogland van Peru, Bolivia en Chili en is gedomesticeerd uit de vicuña. Het is een kameelachtige, geen schaap, en dat merkt u aan alles: aan het gedrag, aan het gebit, aan de zachte voetzolen in plaats van hoeven en aan de manier waarop ze eten.
Er zijn twee typen. De huacaya heeft een dichte, kroezige vacht die het dier zijn typische wollige beeld geeft; de suri heeft lange, glanzende krullen die als dreadlocks neerhangen. Beide worden ongeveer 90 cm tot een meter schofthoogte en 60 tot 80 kg. Ze zijn rustig, nieuwsgierig op afstand en spugen zelden naar mensen — dat gedrag is vooral onderling, om de rangorde te bepalen bij het voer.
15 tot 20 jaar, en nooit met z’n tweeën
Alpaca's worden 15 tot 20 jaar oud. Dat is een lange verbintenis, vergelijkbaar met een paard, en het is niet iets waar u makkelijk vanaf komt: de markt voor oudere alpaca's is beperkt.
Houd er minstens drie, en niet twee. Alpaca's zijn uitgesproken kuddedieren en een dier dat alleen staat, of overblijft na het overlijden van zijn enige metgezel, raakt gestrest en gaat lichamelijk achteruit. Met drie dieren houdt u altijd een kudde over. Houd bij voorkeur alleen gecastreerde hengsten of alleen merries; ongecastreerde hengsten samen vechten en kunnen elkaar ernstig verwonden.
Land, hek en huisvesting
Reken op ongeveer 1.000 m² per alpaca, en meer als u de grasmat niet snel kaal wilt zien. Ze zijn zachte grazers en beschadigen de zode veel minder dan paarden, wat een van de aangenaamste eigenschappen is: een alpacaweide blijft er goed uitzien.
Het hek hoeft niet hoog te zijn — alpaca's springen niet — maar wel dicht genoeg om vossen en loslopende honden buiten te houden, want die zijn het grootste gevaar. Een hoogte van 100 tot 120 cm met fijn gaas volstaat. Prikkeldraad is af te raden omdat de vacht erin blijft haken. Verder is een open schuilstal nodig met schaduw en droogte; alpaca's verdragen kou goed maar aanhoudende regen en zeker hitte slecht. Bij warm weer moeten ze kunnen afkoelen, bijvoorbeeld met een ondiepe plas of een sproeier op de benen en de buik.
Scheren: één keer per jaar, verplicht
Dit is de belangrijkste jaarlijkse klus. Alpacavacht groeit door en het dier verliest hem niet vanzelf. Een alpaca die niet geschoren wordt, raakt in de zomer oververhit, en hitteberoerte is bij deze soort een reële doodsoorzaak. Scheren gebeurt in het voorjaar, meestal in mei, door een professionele scheerder.
De vacht die eraf komt is waardevol: alpacawol is zacht, warm en bevat geen lanoline, waardoor mensen met een wolallergie hem vaak wel verdragen. Een volwassen dier levert 2 tot 4 kg. Voor een hobbyhouder is de opbrengst zelden kostendekkend; zie het als een bijkomstigheid en niet als een verdienmodel.
Voeding, gebit en de vitamine D-kwestie
Alpaca's zijn efficiënte verteerders die met weinig toekunnen: gras in het seizoen, hooi in de winter, en een kleine hoeveelheid alpacabrok als aanvulling. Overvoeren met krachtvoer geeft overgewicht en problemen. Belangrijk is een mineralenmengsel dat voor alpaca's bedoeld is, want ze hebben in Nederland vaak een tekort aan vitamine D in de winter door het beperkte zonlicht — een injectie of supplement in de donkere maanden is gebruikelijk.
Hun gebit vraagt aandacht. De snijtanden in de onderkaak groeien door en moeten soms bijgevijld worden, en bij hengsten groeien vechttanden die verwijderd worden om verwondingen te voorkomen. Ook de nagels aan de tenen groeien door en moeten 2 tot 4 keer per jaar geknipt worden.
UBN, kosten en leverbot
Alpaca's zijn in Nederland registratieplichtig: u heeft een UBN nodig en de dieren moeten geïdentificeerd en geregistreerd worden. Ook hier geldt dat het bestemmingsplan van uw gemeente moet toestaan dat u landbouwhuisdieren houdt.
De kosten zijn aanzienlijk. Een gecastreerde hengst kost € 500 tot € 1.500, fokmerries aanzienlijk meer. Daarbij komen de jaarlijkse scheerbeurt, de tand- en nagelverzorging, ontworming op basis van mestonderzoek en de dierenarts. Leverbotinfectie en maagdarmwormen zijn de belangrijkste gezondheidsproblemen op natte Nederlandse gronden. Zoek een dierenarts met alpaca-ervaring; dat is een specialisme.
Omgang en training
Alpaca's laten zich met geduld goed aan de hand leren lopen, en dat is geen luxe: voor het scheren, het knippen van de nagels en het bezoek van de dierenarts moet u het dier kunnen vastzetten en verplaatsen. Begin jong en werk met korte sessies. Dwingen werkt averechts; een alpaca die zich klemgezet voelt, gaat liggen of trekt achteruit, en dan bereikt u niets meer.
Werk verder altijd met een kleine vangkraal in plaats van te proberen een dier in de open wei te pakken. Alpaca's houden hun afstand en laten zich in het open veld vrijwel niet benaderen, terwijl ze in een kleine ruimte rustig blijven staan. Een halster moet goed passen: alpaca's ademen door de neus en een halster dat te ver op de neus zakt, sluit de luchtweg af. Dat is een fout die regelmatig wordt gemaakt en die ernstig kan aflopen.
Te tam is gevaarlijk: waarom een cria niet met de fles hoort
Bij alpaca's en lama's bestaat een probleem dat bij vrijwel geen ander gehouden dier zo scherp ligt. Een jong dier dat met de fles is grootgebracht en veel door mensen is geknuffeld, gaat de mens als soortgenoot zien. Zolang het klein is, lijkt dat aandoenlijk: het dier komt naar u toe, zoekt contact en laat zich aaien.
Het keert om zodra het dier geslachtsrijp wordt. Een hengst die mensen als soortgenoten beschouwt, gaat de rangorde met hen uitvechten: springen, borstduwen, bijten en achterna zitten. Bij een dier van 70 kg is dat gevaarlijk, en bij een volwassen lama nog meer. De aandoening staat in de Engelstalige literatuur bekend als berserk male syndrome of aberrant behaviour syndrome, en ze is niet te genezen — castratie vermindert het wel maar lost het zelden op. Dieren met dit gedrag worden regelmatig geëuthanaseerd.
De preventie is eenvoudig en gaat tegen het gevoel in: laat een cria bij zijn moeder en bij de kudde, knuffel hem niet en laat kinderen dat ook niet doen. Moet een dier toch met de fles, doe dat dan staand, kort en zonder aanhalen, en zorg dat het jong zoveel mogelijk bij andere alpaca's blijft. Een alpaca die u op afstand vertrouwt, is precies wat u wilt.
Voor wie zijn alpaca's geschikt
Alpaca's passen bij wie ruim land heeft, rust zoekt en een dier wil dat de weide netjes houdt en weinig geluid maakt. Ze zijn aangenaam gezelschap om naar te kijken en ze zijn met geduld goed te trainen om aan een halster te lopen.
Ze passen niet bij wie een knuffeldier zoekt. Alpaca's laten zich zelden graag aanraken en de meeste dieren vinden dat ronduit onprettig; het beeld van de knuffelbare alpaca uit de reclame klopt niet. En ze passen niet bij wie er twee wil: houd er minstens drie.



