De dwerggeit: een kuddedier dat door elk hek heen komt

Een dwerggeit is een kuddedier dat door vrijwel elk hek heen komt: ze klimmen, duwen en zoeken net zolang tot ze een zwakke plek vinden. Reken op een strak hek van minstens 120 cm, 100 tot 200 m² per dier en een droog schuilhok, want geiten verdragen langdurige regen slecht. Houd er altijd minstens twee, laat de hoeven elke 6 tot 10 weken bekappen en vraag een UBN aan.
Klein, slim en voortdurend op onderzoek
De Nederlandse dwerggeit is een klein geitenras van ongeveer 45 tot 60 cm schofthoogte en 25 tot 35 kg. Het is een van de populairste hobbydieren voor wie een stuk land heeft, en dat is begrijpelijk: ze zijn aanhankelijk, nieuwsgierig en vermakelijk om naar te kijken.
Wie een geit als een klein schaap beschouwt, komt bedrogen uit. Geiten zijn opvallend intelligent, ze klimmen, ze duwen en ze testen elke afscheiding tot ze een zwakke plek vinden. Ze zijn bovendien geen grazers maar knabbelaars: in het wild eten geiten vooral struiken, twijgen en bladeren, en dat betekent dat uw fruitbomen en heggen niet veilig zijn.
12 tot 15 jaar
Een dwerggeit wordt 12 tot 15 jaar oud en soms ouder. Dat is een langere verplichting dan veel mensen inschatten, en het valt niet mee om oudere geiten elders onder te brengen als uw situatie verandert.
Houd altijd minstens twee geiten. Het zijn kuddedieren die in isolatie stress, blaatgedrag en gezondheidsproblemen ontwikkelen; een geit alleen is een ongelukkig dier. Een paar bokjes die gecastreerd zijn, is een rustige combinatie; ongecastreerde bokken zijn ongeschikt voor een hobbysituatie omdat ze in de bronsttijd een doordringende geur verspreiden en onhandelbaar worden.
Het hek: de grootste onderschatting
Er bestaat een gezegde dat als een hek een geit kan houden, het ook water kan houden. Dat is overdreven maar niet veel. Geiten klimmen op alles wat ze kunnen bereiken, wringen zich door openingen die te klein lijken en duwen los draad opzij.
Wat werkt is een stevig hek van minstens 120 cm hoog, van geitengaas of een raster met kleine mazen, goed strak gespannen en met palen die niet los kunnen komen. Zet niets binnen een meter van het hek waar ze op kunnen klimmen — geen kist, geen boomstam, geen voerbak. Schrikdraad werkt aanvullend maar niet als enige afscheiding: geiten hebben een dikke vacht en voelen het niet altijd. Reken op minstens 100 tot 200 m² per dier, met een droge, tochtvrije stal of schuilhok.
Hooi, takken en het koperverschil met schapen
De basis is goed, stofvrij hooi, en dat moet onbeperkt beschikbaar zijn. Daarnaast wat ruwvoer uit de wei, takken en bladeren om aan te knabbelen, en een beperkte hoeveelheid geitenbrok — vaak is dat helemaal niet nodig bij niet-melkgevende dieren. Overvoeren met krachtvoer is een van de meest voorkomende fouten en veroorzaakt pensverzuring en urinestenen bij bokjes.
Geiten hebben verder een mineralenbloк of likemmer nodig, en dan een die voor geiten bedoeld is. Blokken voor schapen bevatten te weinig koper; geiten hebben juist meer koper nodig en een tekort geeft vachtproblemen en zwakte. Zorg altijd voor vers water. Wees voorzichtig met giftige planten in de wei: taxus, rododendron, laurierkers en gouden regen zijn dodelijk, en taxus al in zeer kleine hoeveelheid.
Registratie en regels
Wie in Nederland geiten houdt, ook hobbymatig en ook maar twee, moet een UBN aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland — een uniek bedrijfsnummer voor de locatie. Daarnaast geldt de identificatie- en registratieplicht: geiten moeten van oormerken worden voorzien en aan- en afvoer moet worden gemeld.
Daarnaast is er in Nederland een verplichte enting tegen Q-koorts voor melkgeiten en voor bedrijven met publieksfunctie; voor kleine hobbyhouders geldt dat doorgaans niet, maar informeer bij uw dierenarts naar de actuele regels. Controleer ook het bestemmingsplan van uw gemeente: niet elk perceel mag voor het houden van landbouwhuisdieren worden gebruikt.
Bekappen, wormen en de regen
De hoeven van een geit groeien door en moeten elke 6 tot 10 weken bekapt worden. Dat is de meest onderschatte routineklus; verwaarloosde hoeven geven kreupelheid en rotkreupel. Laat het de eerste keren voordoen door een ervaren houder of een dierenarts.
Verder zijn maagdarmwormen het belangrijkste gezondheidsprobleem, zeker bij een kleine, intensief begraasde wei. Laat mestonderzoek doen in plaats van standaard te ontwormen, want resistentie is een groeiend probleem. Geiten zijn slecht bestand tegen langdurige regen — hun vacht is minder waterdicht dan die van schapen — dus een schuilhok waar ze altijd bij kunnen, is geen luxe. Zoek een dierenarts die landbouwhuisdieren doet; een gewone kleine-huisdierenpraktijk kan hier meestal niet mee helpen.
Bokjes, geboortes en wat u ermee doet
Wie een bok en een geit samen houdt, krijgt lammeren, en dat is minder leuk dan het klinkt. Ongeveer de helft is bokje, en voor bokjes is nauwelijks een bestemming: ze zijn niet te melken, ze worden in de bronst onhandelbaar en de vraag naar hobbybokjes is klein. Veel eindigen daardoor bij de slacht of in een opvang.
Houd daarom geen ongecastreerde bok, tenzij u bewust en met een plan fokt. Voor een hobbysituatie is een groepje gecastreerde bokjes de rustigste en eenvoudigste samenstelling: ze zijn aanhankelijk, blijven het hele jaar handelbaar en er komen geen lammeren. Laat castreren op de juiste leeftijd door een dierenarts; te vroeg castreren vergroot bij bokjes het risico op urinestenen, doordat de plasbuis dan onvoldoende ontwikkelt.
Melken: wat er werkelijk bij komt kijken
Veel mensen schaffen dwerggeiten aan met het idee er ook melk uit te halen. Dat kan, maar het beeld klopt zelden met de praktijk.
Een Nederlandse dwerggeit is geen melkras. Waar een Saanen of een Toggenburger enkele liters per dag geeft, komt een dwerggeit doorgaans niet verder dan enkele deciliters tot ruwweg een liter, en alleen in de maanden na het lammeren. Om te blijven melken moet een geit jaarlijks lammeren, en dan bent u terug bij de bokjesvraag: de helft van wat er geboren wordt is bokje, en daar is nauwelijks een bestemming voor. Melken zelf is bovendien een dagelijkse verplichting op vaste tijden, twee keer per dag, ook met vakantie en griep.
Daar komt de hygiëne bij. Rauwe geitenmelk kan onder meer listeria, campylobacter en de verwekker van Q-koorts bevatten. Wie de melk zelf drinkt, doet er verstandig aan die te verhitten, en dat geldt zeker voor kinderen, zwangeren en mensen met een verminderde afweer. Verkopen aan derden mag alleen onder voorwaarden.
Voor de meeste hobbyhouders is een groepje gecastreerde bokjes zonder melk daarom de rustigste keuze.
Voor wie zijn dwerggeiten geschikt
Dwerggeiten passen bij wie een stuk land heeft, een deugdelijk hek kan bouwen en het leuk vindt om dagelijks buiten bezig te zijn. Ze zijn aanhankelijk, herkennen hun verzorger en zijn voor kinderen een prettige kennismaking met grotere dieren.
Ze passen niet bij wie een siertuin wil houden, want alles wat groeit wordt aangevreten. En ze passen niet bij wie de administratieve kant en de hoefverzorging wil overslaan: registratie, oormerken en bekappen horen er onlosmakelijk bij. Houd er altijd twee, en denk vooraf na over wat er gebeurt als u ze over 10 jaar niet meer kunt houden.



