De degoe: een dagactief kuddedier dat geen suiker verdraagt

Overdag wakker, en dat is uitzonderlijk
De degoe komt uit centraal Chili, waar hij in kolonies op droge, open hellingen leeft. Zijn grootste bijzonderheid als huisdier is het dagritme: van alle gangbare knaagdieren is de degoe de enige die uitgesproken dagactief is. Waar hamsters, muizen en chinchilla's pas 's avonds beginnen, is een degoe juist overdag wakker en 's nachts stil.
Dat maakt hem geschikt voor huishoudens waar overdag iemand thuis is en voor kinderen die na school naar hun dieren willen kijken. Degoes zijn ook uitgesproken communicatief: ze kennen een reeks piep- en fluitgeluiden waarmee ze binnen de groep contact houden. Wie er meerdere houdt, hoort dat de hele dag door.
Zes tot acht jaar
Een degoe wordt zes tot acht jaar oud, af en toe wat langer. Dat is aanzienlijk meer dan een hamster of een rat en vergelijkbaar met een cavia. Een volwassen dier weegt honderdzeventig tot driehonderd gram en heeft een lange staart met een pluim aan het eind.
Die staart verdient dezelfde waarschuwing als bij de gerbil: pak een degoe er nooit bij. De huid laat los als afweer tegen roofdieren, en het overgebleven stuk staart sterft af en moet soms geamputeerd worden. Til het dier op met twee handen om het lichaam, of laat het in een koker lopen.
Suiker: de meest specifieke eis van deze soort
Degoes verdragen suiker niet. Ze hebben een afwijkende insulinehuishouding en ontwikkelen bij suikerrijk voer binnen maanden tot enkele jaren diabetes, met staar en blindheid als veelvoorkomend gevolg. Dit is geen zeldzaam risico maar de meest voorkomende aandoening van de soort in gevangenschap.
Dat betekent: geen fruit, geen gedroogde vruchten, geen honing, geen wortel en geen gangbare knaagdiersnacks. De basis is onbeperkt hooi, aangevuld met een suikervrij degoevoer of chinchillapellets zonder toegevoegde suikers, plus gedroogde kruiden, bladgroenten en af en toe wat verse groente met een laag suikergehalte. Lees etiketten: veel voer dat als degoevoer verkocht wordt, bevat toch gedroogd fruit. Haal dat er dan uit.
Ruimte: hoog, groot en van metaal
Degoes zijn actief, klimmen en springen graag en graven daarnaast ook. Ze hebben daarom veel meer ruimte nodig dan hun formaat doet vermoeden: reken voor een groepje van drie tot vier dieren op een kooi van minstens honderd bij vijftig centimeter grondvlak en honderd centimeter hoog, met meerdere niveaus.
Alles wat van kunststof is, wordt binnen dagen doorgeknaagd; kies een metalen kooi met houten of stenen inrichting. Geef een diepe bodemlaag om in te graven, houten planken, takken en tunnels, en een zandbad met chinchillazand, want degoes reinigen hun vacht net als chinchilla's door te rollen. Een loopwiel met gesloten loopvlak van minstens dertig centimeter wordt intensief gebruikt.
Groepsdier: houd er nooit één
Degoes leven in het wild in familiegroepen van vijf tot tien dieren en zijn daar volledig op ingesteld. Ze slapen op een hoop, poetsen elkaar en waarschuwen elkaar met geluid. Een degoe alleen houden is voor het dier ingrijpend en leidt tot apathie of juist onrust.
Houd er minimaal twee, en liever drie of vier, van hetzelfde geslacht. Broers of zussen die samen zijn opgegroeid werken het beste. Nieuwe dieren toevoegen aan een bestaande groep vraagt een geleidelijke kennismaking door een tussenschot, zoals bij gerbils, en lukt niet altijd. Meng geen mannetjes en vrouwtjes zonder castratie: degoes krijgen grote nesten.
Gezondheid, omgang en kosten
Naast diabetes zijn gebitsproblemen het meest voorkomend. De tanden van een degoe zijn van nature oranje; witte tanden zijn juist een teken van een tekort. Ook hier geldt dat onbeperkt hooi de belangrijkste preventie is. Let verder op de ogen: troebeling wijst vaak op staar door diabetes.
Degoes worden met geduld redelijk tam en komen uit de hand eten, maar ze blijven beweeglijk en laten zich niet graag lang vasthouden. Reken op dertig tot vijftig euro per dier, twintig tot dertig euro per maand aan hooi, pellets en zand voor een groepje, en eenmalig tweehonderd tot vierhonderd euro voor een geschikte metalen kooi. Zoek vooraf een dierenarts met knaagdierervaring; degoes zijn in de praktijk nog een vrij onbekende patiënt.
Voor wie is een degoe geschikt
Een degoe past bij wie overdag thuis is, ruimte heeft voor een forse kooi en het interessant vindt om naar een sociale groep te kijken. Het dagritme en het groepsgedrag maken hem een van de boeiendste knaagdieren om te observeren, en zes tot acht jaar is een redelijke termijn.
Hij past niet bij wie zich niet strikt aan een suikervrij dieet wil houden, want dat is bij deze soort geen detail maar de kern. Hij past ook niet bij wie maar één dier wil, of bij wie geen plek heeft voor een hoge metalen kooi. Voor kinderen is de degoe aardig om te bekijken, maar te beweeglijk om te knuffelen.



