De zebravink: een drukke kolonievogel voor wie liever kijkt dan aait

Een Australische prachtvink die altijd in beweging is
De zebravink komt uit de droge binnenlanden van Australië, waar hij in grote groepen bij waterplaatsen leeft. Hij is klein — tien centimeter, twaalf tot vijftien gram — en bijzonder actief: zebravinken vliegen de hele dag van stok naar stok, roepen naar elkaar en zijn zelden stil.
De soort is ook wetenschappelijk belangrijk. Zebravinken worden veel gebruikt in onderzoek naar hoe vogels zang leren, omdat jonge mannetjes hun liedje van een volwassen mannetje afkijken op een manier die opvallend lijkt op hoe kinderen taal leren. In huis merkt u daar vooral van dat er voortdurend gekwetter is: een kort, trompetterend geluid dat de meeste mensen aangenaam vinden maar dat wel de hele dag doorgaat.
Vijf tot zeven jaar
Een zebravink wordt vijf tot zeven jaar oud, soms wat langer. De seksen zijn goed te onderscheiden: mannetjes hebben oranje wangvlekken, een gestreepte borst en kastanjebruine flanken met witte stippen; vrouwtjes zijn effen grijsbruin met een lichtere snavel. Alleen mannetjes zingen.
Belangrijk om te weten: zebravinken planten zich uitzonderlijk makkelijk voort. Een man en een vrouw samen gaan vrijwel zeker broeden, en dat gebeurt in een gewone kooi net zo goed als in een volière. Wilt u dat niet, houd dan alleen mannen of alleen vrouwen. Continu broeden put vrouwtjes uit en leidt tot legnood en calciumtekort.
Een groepsvogel, geen aaidier
Zebravinken horen in een groep. Twee is het absolute minimum, vier tot zes gaat beter, en in een volière kunnen het er meer zijn. Ze zoeken voortdurend contact met soortgenoten, slapen tegen elkaar aan en roepen elkaar de hele dag.
Wat ze niet doen, is hand-tam worden. Een zebravink laat zich niet aaien, zit niet op een vinger en raakt niet gehecht aan mensen zoals een parkiet of papegaai dat doet. Wie dat verwacht, komt bedrogen uit. Wat u er wel voor terugkrijgt is een groepje vogels dat voortdurend iets doet: baden, poetsen, ruzie maken om een zitstok, nestmateriaal slepen. Als kijkvogel is het een van de aangenaamste soorten die er zijn.
Kooi of volière
Zebravinken vliegen horizontaal en in korte, snelle sprintjes. Lengte is dus wat telt. Voor een paar geldt honderd centimeter breed als minimum, en voor een groepje van vier tot zes is honderdvijftig centimeter of een volière beter. Hoogte is minder belangrijk dan breedte.
Richt in met zitstokken van verschillende diktes op verschillende hoogtes, maar houd het midden vrij zodat er echt gevlogen kan worden. Geef een ondiep badje — zebravinken baden graag en vaak — en een nestkorfje om in te slapen, ook als u niet wilt kweken; ze slapen liever beschut. Wilt u broeden voorkomen, gebruik dan een open korfje in plaats van een gesloten nestblok.
Voeding
De basis is een tropisch zaadmengsel voor prachtvinken, met kleine zaden zoals gierst, kanariezaad en graszaden. Vul dagelijks aan met vers groenvoer: vogelmuur, paardenbloemblad, andijvie en kiemzaad. Trosgierst is populair maar vet; geef het als traktatie.
Tijdens de rui en zeker bij het opfokken van jongen is eivoer nodig, omdat zebravinken hun jongen ook met dierlijk eiwit voeren. Verder horen een sepiaschelp, een kalkblok en maagkiezel in de kooi. Ververs het water dagelijks en houd de badbak schoon, want die wordt intensief gebruikt en snel vuil.
Gezondheid en kosten
Zebravinken zijn robuust maar gevoelig voor tocht en voor plotselinge temperatuurwisselingen. Veelvoorkomende problemen zijn luchtzakmijt, kalkpoot, en bij vrouwtjes die te vaak broeden legnood en calciumtekort. Bij oudere dieren komen gezwellen voor.
Zoals bij alle kleine vogels geldt: een dier dat opbolt, apart zit en niet meer eet, is meestal al langer ziek en moet dezelfde dag naar een vogeldierenarts. De kosten zijn laag: vijftien tot dertig euro per vogel, tien tot twintig euro per maand aan voer en zand voor een groepje, en vijftig tot honderdvijftig euro voor een ruime kooi.
Broeden, of juist niet
Zebravinken broeden bij de minste aanleiding. Een gesloten nestkastje, wat kokosvezel en een man en een vrouw samen zijn genoeg. Het broedproces is snel: vijf tot zes eieren, twee weken broeden, en na drie weken vliegen de jongen uit. Binnen een half jaar heeft u uit één paartje een volière vol.
Wie niet wil kweken, houdt vogels van één geslacht en biedt hooguit een open slaapkorfje aan, geen gesloten nestblok. Wilt u wel een keer een broedsel, beperk het dan tot twee legsels per jaar en haal daarna het nestblok weg; vrouwtjes die onbeperkt doorleggen, raken uitgeput en krijgen calciumtekort en legnood. Geef tijdens het broeden en het opfokken eivoer en extra kalk, want de jongen worden ook met dierlijk eiwit gevoerd.
Voor wie is een zebravink geschikt
Een groepje zebravinken past bij wie een levendige, kleurrijke vogelgroep in huis wil zonder de eisen van papegaaiachtigen. Ze hoeven niet dagelijks uit de kooi te vliegen als de kooi ruim genoeg is, ze maken minder geluid dan agaporniden en ze zijn goedkoop in onderhoud. Voor kinderen zijn ze leuk om te observeren.
Ze passen niet bij wie een tamme vogel zoekt die op de hand komt, en niet bij wie absolute stilte wil, want het gekwetter houdt de hele dag aan. Wilt u een vogel die contact met u zoekt, kijk dan naar de grasparkiet of de valkparkiet.



