De agapornis: klein, fel en veel temperamentvoller dan zijn bijnaam doet vermoeden

Een dwergpapegaai met een stevig karakter
Agaporniden zijn kleine Afrikaanse papegaaien, in het Nederlands ook wel dwergpapegaaien of onafscheidelijken genoemd. Die laatste naam komt van het gedrag van een paartje, dat vrijwel voortdurend tegen elkaar aan zit. Het wekt de indruk van een aanhankelijk, zacht vogeltje, en dat is misleidend: agaporniden zijn temperamentvol, territoriaal en kunnen fors bijten.
De meest gehouden soort is de roseicollis, de agapornis met perzikroze gezicht en groen lichaam. Daarnaast zijn er de fischeri, de personata met het zwarte masker en de nigrigenis. Onderling verschillen ze in temperament, maar geen enkele soort is een kalme schootvogel. Wie een rustige papegaaiachtige zoekt, komt bij de valkparkiet beter uit.
Tien tot vijftien jaar
Een agapornis wordt tien tot vijftien jaar oud, soms ouder. Het is een compacte vogel van vijftien tot zeventien centimeter met een kort, breed staartje en een zware snavel voor zijn formaat. Dat gewicht van vijftig tot zestig gram is bedrieglijk: de bijtkracht is aanzienlijk en een agapornis die zich bedreigd voelt, aarzelt niet.
De soort is niet geschikt om zonder toezicht met andere vogelsoorten te huisvesten. Agaporniden zijn agressief tegenover kleinere vogels en er zijn regelmatig ernstige verwondingen gemeld bij gemengde volières met grasparkieten of zebravinken. Houd ze bij hun eigen soort.
Twee vogels, en het liefst een paartje
De Nederlandse naam is hier wel terecht: agaporniden horen niet alleen te leven. Ze poetsen elkaar, voeren elkaar en slapen tegen elkaar aan, en een enkele vogel mist dat volledig. Twee vogels is het minimum.
Houd er wel rekening mee dat een paartje van man en vrouw bijna zeker gaat broeden. Een vrouwtje dat continu legt, put zichzelf uit en loopt risico op legnood. Wilt u niet fokken, kies dan twee vogels van hetzelfde geslacht, of haal het broedblok weg en houd de daglengte beperkt. Ook zonder blok leggen vrouwtjes soms eieren; laat die dan liggen tot ze zelf de belangstelling verliezen, want weghalen leidt vaak tot een nieuw legsel.
Kooi, volière en vrije vlucht
Agaporniden zijn krachtige vliegers die veel beweging nodig hebben. Voor twee vogels is honderd bij zestig bij honderd centimeter een redelijk minimum, en een volière is duidelijk beter. Ze knagen bovendien stevig: houten kooionderdelen en zachte kunststof zijn binnen korte tijd stuk, dus kies metaal en geef volop verse takken om op te werken.
Vrije vlucht is ook hier noodzakelijk, minstens een paar uur per dag. Let daarbij extra op: agaporniden zijn nieuwsgierig en gaan overal op af, inclusief snoeren, sieraden en planten. Controleer welke kamerplanten giftig zijn en zet ze weg. Dezelfde waarschuwing als bij andere vogels geldt voor oververhitte antiaanbakpannen, geurkaarsen en sigarettenrook.
Voeding
Een goed zaadmengsel voor agaporniden of grote parkieten vormt de basis, aangevuld met dagelijks vers voer: bladgroenten, kiemzaad, paprika, wortel, appel en af en toe wat gekookte peulvruchten. Ook hier geldt dat een pelletvoer een goede optie is omdat het selectief eten voorkomt.
Geef een sepiaschelp voor calcium, zeker bij leggende vrouwtjes, en vers water. Zonnebloempitten zijn geliefd maar vet; gebruik ze als beloning en niet als hoofdbestanddeel. Vermijd avocado, chocolade, ui en zoute snacks.
Geluid, gedrag en gezondheid
Agaporniden zijn luid. Hun roep is schel en doordringend en ze roepen graag in koor, vooral in de ochtend en aan het eind van de middag. Ze leren zelden woorden. Voor een appartement met dunne muren is dit geen ideale keuze; wees daar eerlijk over voordat u begint.
Qua gezondheid komen vervetting, legnood en snavelmijt voor, en bij verveling ook verenpikken. Een vogel die opbolt, op de bodem zit of niet meer eet, is een spoedgeval: kleine vogels gaan snel achteruit. Zoek een dierenarts met vogelervaring, want papegaaiachtigen vragen specifieke kennis en medicatie.
De volière buiten
Agaporniden doen het uitstekend in een buitenvolière, en voor wie de ruimte heeft is dat de mooiste manier om ze te houden. Ze zijn goed bestand tegen de Nederlandse zomer en tegen koelere herfstdagen, maar ze hebben wel een vorstvrij nachthok nodig; onder de vijf graden moeten ze naar binnen kunnen. Bouw de volière met dubbel gaas of met een tussenruimte langs de zijkanten, want katten en marters grijpen door enkel gaas heen naar vogels die tegen de wand slapen.
Binnen de volière werkt beplanting met wilg, hazelaar en bamboe goed: ze knagen eraan, ze schuilen erin en het geeft de vogels beschutting tegen wind. Zorg voor een overdekt deel waar voer en water droog blijven, want nat zaad beschimmelt binnen een dag en schimmelsporen veroorzaken aspergillose. Hang de voerbakken hoog en niet onder zitstokken.
Voor wie is een agapornis geschikt
Een paar agaporniden past bij wie een levendige, kleurrijke vogel wil met veel karakter, ruimte heeft voor een grote kooi of volière en tegen behoorlijk wat geluid kan. Wie het aandurft om ze met geduld hand-tam te maken, krijgt er een ondernemende vogel voor terug.
Ze passen niet bij wie stilte nodig heeft, bij wie een schootvogel zoekt of bij wie ze bij andere vogelsoorten wil zetten. En ze passen niet bij jonge kinderen: de bijtkracht is voor een vogel van dit formaat verrassend groot en een agapornis die zich in het nauw voelt, bijt raak.



