Vogels in huis

De valkparkiet: rustiger dan een papegaai, aanhankelijker dan een grasparkiet

Valkparkiet met gele kuif en oranje wangvlek op een tak
Foto: Bidgee — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Een kleine kaketoe met een uitgesproken kuif

De valkparkiet is, ondanks zijn naam, geen echte parkiet maar de kleinste soort binnen de kaketoefamilie. Hij komt uit de droge binnenlanden van Australië en leeft daar in groepen. De kuif op zijn kop is een handige stemmingsmeter: rechtop betekent alert of geschrokken, licht schuin naar achteren ontspannen, en plat tegen de kop gedrukt boos of bang.

Het karakter is opvallend zacht. Valkparkieten zijn minder luidruchtig dan grasparkieten, minder veeleisend dan grotere papegaaien en over het algemeen bijzonder verdraagzaam. Mannetjes fluiten melodieën na en leren soms een enkel woord; vrouwtjes zijn stiller. Voor wie een gezelschapsvogel zoekt die kalm en aanhankelijk is, is dit een van de beste keuzes.

Vijftien tot twintig jaar

Een valkparkiet wordt bij goede verzorging vijftien tot twintig jaar oud, en soms nog ouder. Dat is een aanzienlijke verplichting: een vogel die u op uw dertigste in huis haalt, is er nog als u vijftig bent. Neem dat mee in de beslissing, inclusief de vraag wie het dier overneemt als uw situatie verandert.

Een volwassen vogel is ongeveer dertig tot vijfendertig centimeter lang, staart meegerekend, en weegt tachtig tot honderd gram. Bij de wildkleur is het geslacht na de eerste rui te zien: mannetjes krijgen een helder geel gezicht, vrouwtjes houden een grijzer gezicht met streping onder de staart. Bij gekweekte kleurslagen is dat onderscheid vaak niet te maken.

Kooi, vrije vlucht en het stofprobleem

Voor twee valkparkieten geldt een kooi van minstens honderdtwintig bij zestig bij honderd centimeter als redelijk minimum, met horizontale tralies om te klimmen. Zoals bij alle papegaaiachtigen is de kooi vooral een slaap- en eetplek: dagelijks meerdere uren vrije vlucht in een veilige kamer is noodzakelijk. Zonder die beweging krijgt u een vogel die te zwaar wordt en zich gaat vervelen.

Een punt dat vaak vergeten wordt: valkparkieten zijn poedervogels, net als kaketoes. Ze produceren fijn veerstof waarmee ze hun verenkleed onderhouden. Dat stof slaat neer in de hele kamer en kan bij gevoelige mensen luchtwegklachten geven. Een luchtreiniger, regelmatig baden of sproeien van de vogel en goed ventileren helpen, maar wie astma heeft, moet deze soort met terughoudendheid overwegen.

Nachtelijke schrikaanvallen

Dit is een eigenaardigheid die specifiek bij valkparkieten veel voorkomt en waar nieuwe houders van schrikken. In het donker kan een valkparkiet plotseling in paniek raken en wild door de kooi fladderen, met kans op gebroken slagpennen of verwondingen aan de kop. Waarschijnlijk gaat het om een instinct uit hun leefgebied, waar 's nachts roofdieren rondtrekken.

Wat helpt is een klein nachtlampje in de kamer, zodat de vogel bij schrik ziet waar hij is, en de kooi niet volledig afdekken. Zet de kooi bovendien niet vlak bij een raam waar 's nachts koplampen langsschijnen. Blijft het vaak gebeuren, controleer dan of er 's nachts geluiden zijn — een cv-ketel, een kat, een muis — die de vogel opschrikken.

Voeding

De basis is een zaadmengsel voor grote parkieten, maar net als bij de grasparkiet is zaad alleen te eenzijdig. Vul dagelijks aan met vers groenvoer, kiemzaad en wat groente en fruit; valkparkieten eten graag maïs, paprika, wortel en appel. Pelletvoer is een goed alternatief voor wie de vogel eraan kan laten wennen, omdat selectief eten dan niet mogelijk is.

Geef een sepiaschelp voor calcium en vers water dat dagelijks wordt ververst. Vermijd avocado, chocolade, ui, alcohol en zout. Wees ook zuinig met zonnebloempitten: valkparkieten zijn er dol op en eten anders weinig anders, met vervetting als gevolg.

Gezelschap en gezondheid

Valkparkieten zijn groepsvogels en doen het het beste met minstens twee dieren. Een enkele vogel kan bij zeer intensieve omgang wel gelukkig zijn, maar dat vraagt dat u een groot deel van de dag beschikbaar bent. Twee vogels van hetzelfde geslacht voorkomt broedgedrag; chronisch leggende vrouwtjes lopen een reëel risico op legnood en calciumtekort.

Verder komen bij deze soort vervetting, schimmelinfecties van de luchtwegen en zelfbeschadigend verenpikken voor. Dat laatste heeft bijna altijd een oorzaak in verveling, eenzaamheid of te weinig vliegen. Zoek bij twijfel een vogeldierenarts; de gemiddelde praktijk heeft weinig ervaring met papegaaiachtigen.

Voor wie is een valkparkiet geschikt

De valkparkiet past bij wie een aanhankelijke vogel wil die minder hard schreeuwt dan een echte papegaai en minder schel dan een grasparkiet. Ze zijn zachtaardig, laten zich goed hanteren en zitten graag op een schouder. Voor gezinnen met wat oudere kinderen zijn ze een goede keuze.

Ze passen niet bij wie het stof niet kan hebben, bij wie geen twee vogels wil houden of bij wie niet twintig jaar vooruit kan kijken. En ze passen niet in een huishouden waar de vogel de hele dag alleen in een kooi zou zitten: dat is voor een dier met dit karakter een leeg bestaan.

Veelgestelde vragen

Waarom fladdert mijn valkparkiet 's nachts in paniek?
Nachtelijke schrikaanvallen komen bij deze soort veel voor. Een klein nachtlampje in de kamer helpt, zodat de vogel bij schrik ziet waar hij is. Dek de kooi niet volledig af en zet hem niet vlak bij een raam met passerende koplampen.
Geeft een valkparkiet veel stof?
Ja. Valkparkieten zijn poedervogels die fijn veerstof produceren voor hun verenkleed. Dat slaat in de hele kamer neer. Regelmatig sproeien of baden, goed ventileren en een luchtreiniger helpen, maar wie astma heeft, moet deze soort zorgvuldig overwegen.
Hoe oud wordt een valkparkiet?
Vijftien tot twintig jaar bij goede verzorging, soms langer. Dat is een lange verplichting; denk vooraf na over wie de vogel overneemt als uw situatie verandert.

Lees ook