De kanarie: een zangvogel die vooral gehoord en niet aangeraakt wil worden

De kanarie is een zangvogel en geen aaidier: hij wordt zelden hand-tam en dat hoort bij de soort. Alleen mannetjes zingen, dus wie om de zang koopt, moet zeker weten dat het een man is. Verder vraagt hij weinig — een brede kooi van 80 cm of meer, zaad met dagelijks vers groenvoer, en een badje. In de jaarlijkse rui van 6 tot 8 weken valt de zang stil; dat is normaal.
500 jaar gehouden om zijn stem
De kanarie stamt af van de wilde kanarie van de Canarische Eilanden, Madeira en de Azoren, en wordt sinds de zestiende eeuw in Europa gehouden. In die vijf eeuwen is er vooral geselecteerd op zang en op kleur, en dat heeft geleid tot een grote verscheidenheid: zangkanaries zoals de harzer en de waterslager, kleurkanaries in geel, oranje, wit en bont, en postuurkanaries met afwijkende vormen.
Wat al die vormen gemeen hebben, is dat de kanarie een kijk- en luistervogel is en geen knuffeldier. Hij wordt zelden echt hand-tam en laat zich niet graag vastpakken. Dat is geen gebrek maar een eigenschap: wie een vogel wil die op de schouder zit, komt bij een valkparkiet beter uit. Wie een levendige zang in huis wil, zit bij de kanarie precies goed.
8 tot 12 jaar, en alleen mannen zingen
Een kanarie wordt gemiddeld 8 tot 12 jaar oud, en met goede verzorging soms nog wat ouder. Hij weegt 15 tot 30 gram, afhankelijk van het type, en is 12 tot 15 cm lang. Postuurkanaries zoals de Gloster of de Norwich zijn groter en gemiddeld wat kwetsbaarder dan de gewone zangkanaries.
Belangrijk om vooraf te weten: alleen mannetjes zingen. Vrouwtjes maken korte roepjes maar geen liedjes. Wie een kanarie koopt om de zang, moet dus zeker weten dat het om een man gaat, en dat is bij jonge vogels niet aan het uiterlijk te zien. Koop bij een kweker die de vogel heeft horen zingen.
Zangkanarie, kleurkanarie of postuurkanarie
De kanarie is in vijf eeuwen in drie richtingen doorgefokt, en welke richting u koopt bepaalt wat u in huis haalt.
Zangkanaries zijn geselecteerd op stem. De harzer of edelroller zingt met gesloten snavel, zacht en rollend; de waterslager heeft juist een luide zang met klaterende, waterachtige toeren. Wie zang wil, koopt uit deze groep, en bij voorkeur bij een kweker die de vader heeft horen zingen, want de zang wordt deels aangeleerd van de vogels in de buurt.
Kleurkanaries zijn geselecteerd op verenkleur: geel, wit, bruin, agaat, isabel en de rode reeks. Ze zingen ook, maar minder verfijnd. Postuurkanaries zijn geselecteerd op vorm en houding — de Gloster met zijn petje, de Norwich met zijn ronde bouw, de Yorkshire met zijn rechtopstaande houding. Die groep is gemiddeld groter, wat minder vitaal en soms gevoeliger voor problemen die met de doorfokking samenhangen.
Voor wie een gezonde, zingende huisvogel zoekt zonder tentoonstellingsambities is een gewone zang- of kleurkanarie de verstandigste keuze.
Een brede kooi met weinig franje
Een kanarie vliegt kort en veel en heeft daarom vooral breedte nodig. Voor één vogel geldt 80 cm breed als redelijk minimum, voor twee liever honderd of meer. Hoogte is minder van belang. Plaats twee tot drie zitstokken van verschillende diktes op verschillende hoogtes, met genoeg ruimte ertussen om van de ene naar de andere te vliegen; volgestouwde kooien met speelgoed werken bij deze soort averechts.
Zet de kooi op ooghoogte, uit de tocht en niet in de volle zon. Kanaries baden graag: bied 2 tot 3 keer per week een ondiep badje met lauw water aan en haal het er na een half uur weer uit. Vrije vlucht in een veilige kamer is een plus, maar minder noodzakelijk dan bij papegaaiachtigen, mits de kooi ruim genoeg is.
Zaad, groenvoer en eivoer in de rui
Een kanariezaadmengsel op basis van kanariezaad en raapzaad vormt de basis. Vul dagelijks aan met vers groenvoer — andijvie, vogelmuur, paardenbloemblad, een schijfje appel of komkommer — en met kiemzaad, dat vooral in de rui en de broedtijd waardevol is. Een eivoer wordt gegeven tijdens de rui en bij het opfokken van jongen, maar is buiten die periodes te vet.
Een sepiaschelp of kalkblok en maagkiezel horen erbij. Ververs het water dagelijks. Wat er niet in hoort: avocado, chocolade, ui, zout en gekruide etensresten. Let ook op verse blaadjes uit de tuin die met bestrijdingsmiddelen behandeld kunnen zijn.
De rui en de zang
Eén keer per jaar, doorgaans in de nazomer, ruit een kanarie zijn volledige verenkleed. Dat kost veel energie, en in die periode van 6 tot 8 weken stopt het zingen vrijwel volledig. Veel nieuwe houders schrikken daarvan en denken dat de vogel ziek is. Dat is meestal niet zo: geef in de rui extra eivoer en kiemzaad, houd de vogel warm en uit de tocht, en laat hem met rust.
De zang komt daarna vanzelf terug. Wat de zang bevordert is voldoende daglicht — 12 tot 14 uur — en het horen van andere kanaries. Wat de zang remt is stress, tocht, een te kleine kooi en de aanwezigheid van een vrouwtje, want een man met een partner zingt vaak minder.
Kleurvoer: waarom een rode kanarie oranje kan worden
Rood is bij kanaries geen eigen pigment. De rode kleurslagen gaan terug op een kruising met de kapoetsensijs, waardoor de vogel de aanleg heeft om rode carotenoïden in zijn veren op te nemen — maar hij kan die stof niet zelf maken. Hij moet ze uit het voer halen, en alleen tijdens de rui, want dat is het enige moment waarop de kleur in een nieuwe veer wordt vastgelegd.
Daarom krijgen rode en oranje kanaries in de rui zogenoemd kleurvoer, meestal op basis van canthaxanthine. Een vogel die dat niet krijgt, ruit uit in een bleker oranje of geelroze en blijft dat een jaar lang, tot de volgende rui. Dat is geen ziekte en geen fout van de vogel, maar wel een verrassing voor wie een felrood dier heeft gekocht en het jaar erop een zalmkleurige vogel heeft.
Bij gele en witte kanaries speelt dit niet en is kleurvoer overbodig. Geef het ook niet zonder reden: het is een voedingssupplement dat alleen zin heeft bij de rode reeks, en overdosering geeft een onnatuurlijke, donkere tint die op tentoonstellingen juist wordt afgestraft.
Luchtzakmijt, kalkpoot en vervetting
Kanaries zijn vatbaar voor luchtweginfecties, luchtzakmijt (te herkennen aan piepende ademhaling en klikkende geluidjes), en kalkpoot door schurftmijt, dat ruwe, opstaande schubben op de poten geeft. Ook komt vervetting voor bij vogels die uitsluitend zaad krijgen en te weinig ruimte hebben. Een vogel die opbolt, met de staart wipt bij het ademen of op de bodem zit, moet dezelfde dag naar een vogeldierenarts.
Wat een kanarie kost
De kosten zijn laag: een kanarie kost € 20 tot € 50, en aan voer, zand en groenvoer bent u € 10 tot € 15 per maand kwijt. Een goede ruime kooi kost € 50 tot € 150.
Voor wie is een kanarie geschikt
De kanarie past bij wie zang in huis wil, weinig ruimte heeft en een vogel zoekt die weinig rommel maakt en niet schreeuwt. Het volume is aangenaam: melodieus in plaats van schel, en dat maakt hem geschikter voor een appartement dan de meeste papegaaiachtigen.
Hij past niet bij wie een vogel wil aaien of op de hand wil hebben, en niet bij wie verwacht dat er het hele jaar door gezongen wordt. Kanaries kunnen alleen gehouden worden — anders dan parkieten zijn ze in het wild niet strikt in paren gebonden — maar twee vogels in een ruime kooi doen het doorgaans beter, mits het niet een man en een vrouw zijn die u niet wilt laten broeden.



