Vogels in huis

De sierduif: een tam, rustig dier voor wie een hok in de tuin heeft

Witte sierduif met zwarte staartveren en bevederde poten op een tak
Foto: Meshari Alawfi — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Honderden rassen uit één soort

Alle sierduiven stammen af van de rotsduif, dezelfde soort waar ook de stadsduif en de postduif van afstammen. Door eeuwen van fokken zijn er honderden rassen ontstaan die onderling nauwelijks meer op elkaar lijken: pauwstaarten met een waaiervormige staart, kroppers die hun krop opblazen, meeuwtjes met een korte snavel, trommelaars met een roffelend geluid, en rassen met zwaar bevederde poten.

Dat maakt de keuze belangrijker dan bij de meeste huisdieren. Sommige rassen zijn door extreme fokkerij minder goed in staat te vliegen, te broeden of hun jongen zelf te voeren, en dan heeft u pleegouders nodig. Voor wie begint, zijn de robuustere rassen zoals de gewone meeuwtjes, de kleurduiven of de Nederlandse hoogvliegers een verstandiger start dan de meest doorgefokte vormen.

Acht tot vijftien jaar

Sierduiven worden acht tot vijftien jaar oud, wat aanzienlijk langer is dan de meeste kleine kooivogels. Ze wegen tussen de tweehonderdvijftig en zeshonderd gram, afhankelijk van het ras.

Een eigenschap die veel houders waarderen: duiven worden opvallend tam. Ze herkennen hun verzorger, komen op de hand voor voer en laten zich rustig oppakken als ze eraan gewend zijn. Van alle vogels die in Nederland gehouden worden, zijn duiven waarschijnlijk het makkelijkst te hanteren. Ze zijn ook rustig van karakter en maken een laag, koerend geluid dat zelden als storend wordt ervaren.

Het hok

Sierduiven worden buiten gehouden in een hok met een aangebouwde ren of volière. Reken op minstens een halve tot een hele vierkante meter vloeroppervlak per paar, met daarnaast een ruime, overdekte vlucht. Het hok moet droog, tochtvrij en goed geventileerd zijn: vochtige lucht en ammoniak zijn de belangrijkste oorzaak van luchtwegproblemen bij duiven.

Binnen hangt u zitplanken en broedcellen op — één per paar plus een reserve. Duiven slapen liever hoog, dus benut de hoogte. De vloer strooit u in met houtvezel of zand, en die verschoont u wekelijks. Bescherming tegen roofdieren is essentieel: marters en ratten komen door verrassend kleine openingen, dus gebruik stevig gaas met een maaswijdte van hooguit anderhalve centimeter en graaf het aan de onderkant in.

Voeding

Duiven eten een mengsel van granen en peulvruchten: maïs, tarwe, gerst, erwten, wikke en lijnzaad. Er zijn kant-en-klare mengsels voor sierduiven, en die voldoen prima. Reken op ongeveer dertig tot vijfendertig gram per duif per dag, iets meer in de winter en in de broedtijd.

Daarnaast is grit onmisbaar: duiven malen hun voedsel in de spiermaag en hebben daar steentjes voor nodig. Bied ook een mineralenmengsel met kalk aan, zeker bij broedende dieren. Vers water dagelijks, en een ondiepe badschaal een paar keer per week — duiven baden graag en uitbundig. Zet die er niet permanent in, want ze drinken en poepen er ook in.

Broeden beperken

Duiven broeden makkelijk en vaak: een paar kan zes tot acht legsels per jaar produceren, elk met twee eieren. Wie dat laat gebeuren, zit binnen twee jaar met tientallen dieren. Er zijn twee gangbare oplossingen. De eerste is alleen doffers houden — mannetjes onderling geven weinig problemen. De tweede is de eieren vervangen door kunsteieren, zodat het paar rustig doorbroedt zonder dat er jongen komen.

Haal de eieren niet gewoon weg: dan legt het vrouwtje binnen een week opnieuw, wat haar uitput en tot calciumtekort leidt. Kunsteieren zijn goedkoop en werken goed. Laat het paar er twee tot drie weken op zitten en verwijder ze dan.

Gezondheid en regels

De meest voorkomende problemen zijn het geel (trichomonas), een parasiet die gele belegjes in de keel geeft, coccidiose en wormen, en luchtweginfecties bij een vochtig hok. Preventie zit vooral in een droog, goed geventileerd hok, schoon drinkwater en niet te veel dieren op te weinig ruimte.

Houd er rekening mee dat er in Nederland regels gelden. Bij een uitbraak van vogelgriep kan een ophokplicht worden ingesteld, en voor duivensport en tentoonstellingen gelden aparte eisen rond registratie en enting tegen paramyxovirus. Informeer bij een duivenvereniging in uw omgeving; die zijn er in vrijwel elke regio en de kennis daar is meestal uitstekend.

Vliegen, uitvliegen en zoekgeraakte duiven

Sommige houders laten hun sierduiven vrij uitvliegen. Dat is prachtig om te zien, maar het vraagt voorbereiding. Duiven moeten eerst weken tot maanden aan hun hok gewend zijn voordat ze los kunnen; jonge dieren die in het hok zijn opgegroeid, keren betrouwbaarder terug dan aangekochte volwassen dieren, die vaak naar hun oude hok terugvliegen.

Bouw het op door de duiven eerst in een aangebouwde vlucht te laten wennen, daarna korte periodes rond het hok los te laten en altijd bij het hok te voeren, zodat terugkomen wordt beloond. Houd rekening met roofvogels: sperwers en slechtvalken pakken duiven ook boven bebouwing, en zwaar bevederde of extreem gefokte rassen vliegen te slecht om te ontkomen. Die rassen laat u beter niet los. Bij een uitbraak van vogelgriep is uitvliegen bovendien niet toegestaan.

Voor wie is een sierduif geschikt

Sierduiven passen bij wie een tuin heeft, een hok kan plaatsen en een rustig, tam buitendier wil dat weinig geluid maakt. Ze zijn geschikt voor gezinnen met kinderen, juist omdat ze zo makkelijk te hanteren zijn, en ze zijn goedkoop in onderhoud.

Ze passen niet in een appartement of binnenshuis; duiven horen buiten en produceren te veel stof en mest voor een woonkamer. Ze passen ook niet bij wie geen dagelijkse routine wil, want voeren, water verversen en controleren hoort elke dag te gebeuren. En kies bij de start een robuust ras: de meest extreem gefokte vormen vragen ervaring die u nog niet heeft.

Veelgestelde vragen

Hoe voorkom ik dat mijn duiven te veel jongen krijgen?
Houd alleen doffers, of vervang de eieren door kunsteieren en laat het paar er twee tot drie weken op broeden. Eieren gewoon weghalen werkt averechts: het vrouwtje legt dan binnen een week opnieuw en raakt uitgeput.
Kunnen sierduiven binnen gehouden worden?
Nee. Duiven horen buiten in een hok met een overdekte vlucht. Binnenshuis geven ze te veel stof en mest, en ze hebben behoefte aan vliegruimte, daglicht en de mogelijkheid om te baden.
Worden sierduiven tam?
Ja, opvallend goed. Ze herkennen hun verzorger, komen op de hand voor voer en laten zich rustig oppakken. Van de vogels die in Nederland gehouden worden, zijn duiven waarschijnlijk het makkelijkst te hanteren.

Lees ook