De waterschildpad: groot, langlevend en in Europa een invasieve soort

De waterschildpad die u als muntstukgroot diertje koopt, wordt een dier van 25 tot 30 cm dat 300 liter water nodig heeft en 30 tot 50 jaar meegaat. De roodwangschildpad staat sinds 2016 op de Europese lijst van invasieve exoten en mag niet meer verhandeld worden; dieren die er al waren mogen blijven. Uitzetten in de natuur is strafbaar. Voor wie er een heeft, staat hieronder wat het dier werkelijk vraagt.
Het schildpadje dat een soepbord wordt
De bekendste waterschildpad in Europa is de roodwangschildpad, Trachemys scripta elegans, oorspronkelijk uit het zuidoosten van de Verenigde Staten. Miljoenen exemplaren zijn in de jaren tachtig en negentig als muntstukgrote diertjes verkocht, en dat beeld klopt niet met wat het dier wordt: vrouwtjes bereiken 25 tot 30 cm schildlengte, mannetjes iets minder.
Dat formaat verandert alles. Een volwassen vrouwtje heeft honderden liters water nodig, produceert veel afval en eet stevig. Het is dan ook geen toeval dat opvangcentra in Nederland al decennia vol zitten met afgestane waterschildpadden. Sinds 2016 is de handel in de roodwangschildpad in de EU verboden omdat hij als invasieve exoot geldt; verwante soorten als de geelwangschildpad zijn later ook verboden.
30 tot 50 jaar
Waterschildpadden worden 30 tot 50 jaar oud, en soms meer. Net als bij de landschildpad is dat een verplichting die uw eigen omstandigheden ruimschoots overleeft, en dat moet meewegen in het besluit.
De soorten die nu nog legaal gehouden mogen worden, verschillen per moment; de Unielijst van invasieve exoten wordt periodiek uitgebreid. Wie een waterschildpad wil, moet dus eerst controleren welke soorten op dat moment zijn toegestaan. Dieren die vóór het verbod al in bezit waren, mogen gehouden worden tot hun natuurlijke dood, maar niet verhandeld of gefokt.
Man of vrouw, en waarom dat het formaat bepaalt
Bij waterschildpadden wordt het geslacht niet door chromosomen bepaald maar door de temperatuur waarbij het ei is uitgebroed: bij lagere temperaturen komen vooral mannetjes uit, bij hogere vooral vrouwtjes. Voor de houder betekent dat vooral dat u het geslacht bij een jong dier meestal niet weet, en dat het pas rond de geslachtsrijpheid duidelijk wordt.
Het verschil is dan goed te zien. Mannetjes hebben opvallend lange nagels aan de voorpoten, waarmee ze bij het baltsen voor de kop van het vrouwtje wapperen, en een langere, dikkere staart waarbij de cloaca verder van het schild af zit. Ze blijven bovendien duidelijk kleiner: waar een vrouwtje 25 tot 30 cm haalt, blijft een mannetje vaak rond de 20 cm.
Dat scheelt in de praktijk een halve bak. Wie een dier overneemt uit een opvang en de ruimte krap heeft, kan dus gericht naar een mannetje vragen. Zet er echter nooit twee bij elkaar op hoop dat het meevalt: mannetjes vallen elkaar aan en achtervolgen vrouwtjes onophoudelijk, en in een bak zonder uitwijkmogelijkheid raakt het achtervolgde dier uitgeput.
Nooit uitzetten
Dit is de belangrijkste regel. Een waterschildpad in een Nederlandse sloot of vijver zetten is strafbaar en ecologisch schadelijk. Ze eten inheemse amfibieën, vissen en waterplanten, verdringen de zeldzame Europese moerasschildpad en overleven onze winters inmiddels probleemloos. In sommige Zuid-Europese wateren planten ze zich al voort.
Wie een schildpad niet meer kan houden, meldt zich bij een gespecialiseerde opvang. Die zijn overbelast, dus reken op een wachtlijst, maar het is de enige verantwoorde route. Het dier bij een vijver loslaten is geen vrijlating maar een probleem dat u doorschuift naar de natuur.
Een aquaterrarium met land én water
Een waterschildpad heeft een aquaterrarium nodig: een groot waterdeel plus een droge, verwarmde landplek. Voor een volwassen dier wordt minstens 150 × 60 cm aangehouden met een waterdiepte van 30 tot 40 cm, wat neerkomt op 300 liter of meer. Een tuinvijver met een schildpadveilige omheining is voor de zomer een goede oplossing, mits het dier er niet uit kan.
Een krachtige filter is onmisbaar; waterschildpadden vervuilen sneller dan vrijwel elk ander waterdier. Neem een filter die is bedoeld voor 2 tot 3 keer het watervolume. Boven de landplek horen een warmtelamp die een plek van ongeveer 32 °C maakt en een uv-B-lamp, want zonder uv-B kunnen ze geen vitamine D3 aanmaken en ontstaat metabole botziekte. Vervang de uv-lamp elk half jaar: de zichtbare lichtopbrengst blijft, maar de uv-B neemt af.
Van vleeseter naar planteneter
Jonge waterschildpadden zijn overwegend carnivoor, volwassen dieren eten steeds meer plantaardig. Een goed schildpaddenvoer vormt de basis, aangevuld met waterplanten, bladgroenten, af en toe een stukje vis met graten of een garnaal, en slakken voor de calcium.
Voer volwassen dieren niet dagelijks maar om de dag of 3 keer per week; overvoeren leidt tot te snelle groei, een misvormde schaal en vervetting. Voer bij voorkeur in een aparte bak, zodat het hoofdverblijf minder vervuilt. Vermijd uitsluitend gedroogde garnaaltjes: dat is de klassieke fout en levert een eenzijdig, calciumarm dieet op.
Gezondheid en salmonella
De meest voorkomende problemen zijn metabole botziekte door te weinig uv-B en calcium, schildrot bij een te vuil of te vochtig verblijf, oogontstekingen door vitamine A-tekort en luchtweginfecties. Een schildpad die scheef drijft, met open bek ademt of niet meer eet, moet naar een reptielendierenarts.
Salmonella verdient bijzondere aandacht. Waterschildpadden dragen die bacterie zeer vaak, en juist bij waterdieren komt het via het water in de omgeving terecht. Was uw handen na elk contact, spoel filtermateriaal niet in de gootsteen waar u eten bereidt, en houd jonge kinderen, zwangeren en mensen met een verminderde afweer weg bij het verblijf.
Winterrust en de vijver in de zomer
Waterschildpadden uit gematigde streken houden van nature winterrust op de bodem van hun water. In een verwarmd binnenverblijf gebeurt dat niet, en dat is voor gezonde dieren niet noodzakelijk maar wel natuurlijker. Wie een tuinvijver heeft die diep genoeg is en niet tot op de bodem bevriest, kan gezonde volwassen dieren daar laten overwinteren, maar dat vraagt kennis en een dier in goede conditie; jonge of verzwakte dieren overleven het vaak niet.
In de zomer is een beveiligde tuinvijver juist een uitstekende oplossing. Het zonlicht levert uv-B van een kwaliteit die geen lamp evenaart, en de ruimte is vele malen groter dan een bak. Beveilig de vijver dan wel volledig: een gladde rand van minstens 40 cm of een ingegraven omheining, want waterschildpadden klimmen en graven, en een ontsnapt dier in de Nederlandse natuur is precies het probleem dat het handelsverbod moest voorkomen.
Voor wie is een waterschildpad geschikt
Voor weinig mensen. Wie er al een heeft, kan er goed voor zorgen met een groot aquaterrarium, een zware filter en de juiste verlichting, en dan is het een boeiend, langlevend dier dat zijn verzorger goed herkent.
Maar als nieuwe aanschaf is het zelden een goede keuze: de wettelijke beperkingen, de omvang, de kosten en de levensduur maken het een dier voor specialisten. Wie graag een reptiel wil, komt bij een baardagaam of een luipaardgekko veel beter uit. En wie toch een waterschildpad wil, kan het beste bij een opvang kijken: daar staan er honderden die een plek zoeken.



