De baardagaam: het meest geschikte reptiel voor wie begint

Een Australische woestijnhagedis met een rustig karakter
De baardagaam, Pogona vitticeps, komt uit de droge binnenlanden van Australië. Hij dankt zijn naam aan de stekelige keelzak die hij bij opwinding of dreiging opblaast en zwart kleurt. In de terrariumhobby is hij verreweg de populairste hagedis, en dat is terecht: van alle reptielen die gangbaar gehouden worden, is dit degene met het rustigste karakter.
Baardagamen laten zich hanteren zonder veel stress, ze zijn overdag actief — anders dan de meeste andere terrariumdieren — en ze vertonen zichtbaar gedrag: zonnen, met een pootje zwaaien, koppen. Voor wie voor het eerst een reptiel wil, is dit de meest voor de hand liggende keuze.
Acht tot twaalf jaar
Een baardagaam wordt acht tot twaalf jaar oud, en soms wat langer. Hij bereikt een lengte van veertig tot zestig centimeter inclusief staart en is na anderhalf jaar volgroeid.
Houd er rekening mee dat de kosten vooral in de inrichting zitten en niet in het dier. Een baardagaam kost zestig tot honderdvijftig euro, maar een deugdelijk terrarium met de juiste verlichting, thermostaten en achtergrond loopt al snel naar vijf- tot achthonderd euro. Wie op de verlichting bezuinigt, betaalt dat later terug bij de dierenarts.
Warmte en uv-B: de kern van de verzorging
Reptielen zijn koudbloedig en regelen hun temperatuur door zich te verplaatsen. Een baardagaamterrarium moet daarom een temperatuurverloop hebben: een warmteplek van veertig tot tweeënveertig graden onder een spotlamp, en een koele kant van ongeveer zesentwintig graden. 's Nachts mag het terugzakken naar achttien tot twintig graden, en dat hoeft niet verwarmd te worden.
Daarnaast is uv-B onmisbaar. Zonder uv-B kan het dier geen vitamine D3 aanmaken en neemt het geen calcium op, met metabole botziekte als gevolg: kromme poten, een slappe kaak, trillingen en uiteindelijk breuken. Gebruik een goede uv-B-lamp over een groot deel van de lengte, op de juiste afstand volgens de fabrikant, en vervang hem elk half jaar tot jaar — de uv-B neemt af terwijl het zichtbare licht gelijk blijft, dus u ziet het niet.
Het terrarium
Voor één volwassen baardagaam geldt honderdtwintig bij zestig bij zestig centimeter als redelijk minimum, en honderdvijftig centimeter lengte is beter. Het gaat vooral om lengte en breedte; baardagamen klimmen wel maar leven grotendeels op de grond.
Richt in met een grove bodem — een zand-leemmengsel dat niet stuift, of tegels — plus stevige stenen en takken om op te zonnen, en een schuilplek aan de koele kant. Wees terughoudend met los, fijn zand bij jonge dieren: dat wordt bij het eten meegeslikt en kan een darmverstopping geven. Een ondiepe waterschaal hoort erbij, al drinken baardagamen weinig; ze halen veel vocht uit hun voedsel.
Voeding verandert met de leeftijd
Dit is een punt waar veel houders de mist in gaan. Jonge baardagamen zijn overwegend insecteneters: ongeveer zeventig procent dierlijk en dertig procent plantaardig, en ze eten dagelijks meerdere keren. Volwassen dieren draaien dat volledig om: zeventig tot tachtig procent groenvoer en slechts een paar keer per week insecten.
Een volwassen baardagaam die dagelijks krekels krijgt, wordt te zwaar en krijgt jicht en leverproblemen. Geef als groenvoer paardenbloem, andijvie, boerenkool, courgette en paprika; sla is te waterig. Als insecten: krekels, sprinkhanen, kakkerlakken en soms een meelworm — die laatste is vet, dus zuinig mee zijn. Bestuif insecten met calciumpoeder en enkele keren per week met een vitaminepreparaat.
Alleen houden en gezondheid
Baardagamen zijn solitair. Twee mannetjes vechten, en een mannetje met een vrouwtje leidt tot voortdurende paringsdruk en uitputting van het vrouwtje. Ook twee vrouwtjes gaat vaak mis omdat de dominante het beste zonplekje bezet houdt en de andere langzaam achteruitgaat. Houd er één per terrarium.
De meest voorkomende gezondheidsproblemen zijn metabole botziekte, darmverstopping door ingeslikt substraat, en parasieten. Een baardagaam die niet meer eet, apathisch is of trillende poten heeft, moet naar een reptielendierenarts. Ook hier geldt de salmonellawaarschuwing: was uw handen na elk contact en houd jonge kinderen weg bij het verblijf.
Winterrust en seizoensgedrag
Baardagamen kennen een vorm van winterrust die brumatie heet. In de herfst en winter worden ze minder actief, eten ze minder of niets en slapen ze dagen achtereen. Bij gezonde volwassen dieren is dat normaal gedrag en geen reden tot zorg, mits het dier op gewicht blijft en niet vermagert.
U kunt de brumatie ondersteunen door de daglengte en de temperatuur geleidelijk terug te brengen, of het dier gewoon zijn gang laten gaan bij normale instellingen. Wat u niet moet doen, is een dier laten brumeren dat te licht is, jong is of een parasitaire infectie heeft; laat het daarom vooraf wegen en eventueel de mest onderzoeken. Weeg tijdens de rust maandelijks: een verlies van meer dan tien procent is reden om het dier weer op te warmen en te laten onderzoeken.
Voor wie is een baardagaam geschikt
De baardagaam past bij wie een overdag actief dier wil dat zich rustig laat hanteren en dat weinig geluid en geen geur geeft. Het is de beste instap in de terrariumhobby, en met een goed ingericht verblijf is de dagelijkse verzorging beperkt tot voeren en controleren.
Hij past niet bij wie het budget voor de verlichting niet wil uitgeven — dat is bij reptielen geen post om op te bezuinigen — en niet bij wie meerdere dieren bij elkaar wil zetten. En hij past niet bij wie een dier zoekt dat aandacht terug geeft zoals een hond of een papegaai; een baardagaam verdraagt contact, maar zoekt het niet.



