Reptielen, amfibieën en ongewervelden

De vogelspin: een kijkdier dat decennia kan leven

Vogelspin met oranje pootgewrichten op zand
Foto: George Chernilevsky — Public domain · Wikimedia Commons

Een vogelspin is een kijkdier en geen dier om vast te houden: ze is breekbaar, en een val van een halve meter kan al fataal zijn. Daar staat tegenover dat er weinig huisdieren zijn met zo weinig onderhoud — één prooi per week, een waterschaal en verder rust. Kies om te beginnen een rustige, bodembewonende Amerikaanse soort, en houd er rekening mee dat een vrouwtje 15 tot 20 jaar meegaat en soms dertig.

Niet gevaarlijk, wel misverstaan

Vogelspinnen hebben een reputatie die zelden klopt. Geen enkele soort die als huisdier gehouden wordt, heeft een gif dat voor een gezonde mens levensbedreigend is; een beet van een gangbare soort wordt vergeleken met een wespensteek. De naam komt van een achttiende-eeuwse gravure van een spin die een kolibrie eet — spectaculair, maar niet representatief.

Wat wel klopt, is dat een vogelspin geen dier is om vast te houden. Ze zijn breekbaar: een val van zelfs een halve meter kan het achterlijf doen barsten, wat vrijwel altijd dodelijk is. En ze zijn schrikachtig. Een vogelspin is een dier om naar te kijken, en in die rol is het een van de meest onderhoudsarme huisdieren die er bestaan.

Vrouwtjes worden zeer oud, mannetjes niet

Hier zit een groot verschil tussen de seksen. Vrouwtjes van veel soorten worden 15 tot 20 jaar oud en sommige halen dertig. Mannetjes leven na hun laatste vervelling nog maar 1 tot 2 jaar en sterven doorgaans binnen enkele jaren na volwassenheid.

Wie een dier voor de lange termijn wil, koopt dus een vrouwtje, en dat is bij jonge dieren niet te zien. Bij dieren van enkele jaren kan een kweker het vaak wel bepalen, of het is af te lezen aan een afgeworpen vervelling. Reken erop dat een gesekst vrouwtje duurder is.

Welke soort voor wie begint

De soortkeuze is bepalend en het verschil tussen soorten is groot. Voor wie begint zijn de rustige, bodembewonende Amerikaanse soorten geschikt, zoals de Chileense roodpootvogelspin (Grammostola rosea) of de Mexicaanse roodknievogelspin (Brachypelma hamorii). Die zijn traag, verdraagzaam en hebben een mild gif.

De Aziatische en Afrikaanse soorten zijn een heel ander verhaal: veel sneller, defensiever en met een aanzienlijk krachtiger gif. Die zijn niet geschikt om mee te beginnen. Boombewonende soorten zijn bovendien snel en springen, wat het risico op ontsnapping en op een val vergroot. Vraag bij aanschaf altijd expliciet naar de wetenschappelijke soortnaam, niet naar de handelsnaam.

Spiderling of volwassen dier: wat u eigenlijk koopt

In de handel liggen twee heel verschillende dingen onder dezelfde naam. Een spiderling of nimf is een jong dier van soms nog geen centimeter, dat voor een paar tientjes weggaat. Een volwassen, geslacht vrouwtje kost een veelvoud daarvan. Het prijsverschil heeft een reden.

Een spiderling vraagt ander werk: prooi ter grootte van een fruitvlieg of een pas uitgekomen krekel, een klein bakje in plaats van een terrarium omdat het dier zijn prooi anders niet vindt, en nauwkeurige aandacht voor vocht, want kleine dieren drogen snel uit. Bovendien duurt het bij de meeste soorten drie tot vijf jaar voordat een spiderling volwassen is, en tot die tijd is het geslacht niet te bepalen. Wie op een langlevend vrouwtje hoopt, koopt dus een lot uit de loterij: mannetjes leven na hun laatste vervelling nog maar kort.

Voor wie begint is een gesekst, halfvolwassen of volwassen vrouwtje daarom vrijwel altijd de betere aankoop, ook al kost die meer. U weet wat u in huis haalt, het dier is minder kwetsbaar en de verzorging is eenvoudiger. Vraag de verkoper om de afgeworpen vervelling waaraan het geslacht is bepaald; een serieuze kweker bewaart die.

Brandharen en veiligheid

De Amerikaanse soorten hebben op hun achterlijf zogeheten brandharen, die ze bij dreiging met de achterpoten losschoppen. Die haren zijn weerhaakvormig en veroorzaken jeuk en irritatie op de huid, en zijn vervelend in de ogen en de luchtwegen. Dat is de meest voorkomende reden waarom houders van deze dieren last krijgen — niet een beet.

Werk daarom niet met uw gezicht boven een open terrarium, was uw handen na het werken erin, en overweeg een bril als u het terrarium schoonmaakt. Wie astma of hooikoorts heeft, moet dat serieus meewegen. Een kaal plekje op het achterlijf betekent dat het dier haren heeft geschopt; dat groeit bij de volgende vervelling weer aan.

Een laag terrarium en één prooi per week

Voor een bodembewonende soort volstaat een terrarium van 30 × 30 × 30 cm met een dikke laag substraat om in te graven, een schuilplek van kurkschors en een ondiepe waterschaal. Belangrijk: bij bodemsoorten mag het terrarium niet hoog zijn, juist om een val te voorkomen. Kamertemperatuur is voldoende; de meeste soorten hebben geen verwarming nodig.

Voeren doet u 1 tot 2 keer per week met een krekel of kakkerlak van ongeveer de grootte van het achterlijf. Verwijder ongegeten prooi binnen een dag: een krekel die blijft rondlopen, kan een vervellende spin aanvreten. Een volwassen vogelspin kan maandenlang niets eten zonder problemen, en dat is normaal, zeker rond een vervelling.

Op de rug liggen betekent vervellen

Een vogelspin die op haar rug gaat liggen met de poten omhoog, is meestal niet dood maar aan het vervellen. Dat kan uren duren. Raak het dier dan absoluut niet aan, verwijder alle prooidieren en laat het terrarium met rust; na de vervelling is de spin dagenlang zacht en kwetsbaar en eet ze niet.

Andere signalen: een spin die weken niet eet en een dicht web spint, bereidt zich meestal voor op een vervelling. Een spin die in dreighouding gaat staan — voorpoten omhoog — wil met rust gelaten worden. Vogelspinnen zijn solitair; twee dieren samen eindigt vrijwel altijd met één dier.

Het terrarium schoonmaken en verplaatsen

Het onderhoud van een vogelspinterrarium is minimaal: verwijder wekelijks prooiresten en mestresten, vul de waterschaal bij en vervang het substraat 1 tot 2 keer per jaar. Vaker is niet nodig en verstoort het dier onnodig, want een vogelspin bouwt haar leefruimte met web in en het opnieuw inrichten kost haar dagen.

Verplaatsen doet u zonder de spin aan te raken. De gebruikelijke methode is een doorzichtige beker of bak over het dier zetten en er een stuk stevig karton onder schuiven, waarna u het geheel optilt. Werk laag boven een tafel of de grond, zodat een dier dat toch wegloopt niet ver kan vallen. Doe dit nooit vlak na een vervelling: het pantser is dan dagenlang zacht en het dier is uitzonderlijk kwetsbaar.

Voor wie is een vogelspin geschikt

Een vogelspin past bij wie een dier wil dat vrijwel geen dagelijkse zorg vraagt, weinig ruimte inneemt, geen geluid maakt en tegelijk fascinerend is om te observeren. De kosten zijn laag en het onderhoud beperkt zich tot wekelijks voeren en de waterschaal bijvullen.

Hij past niet bij wie het dier wil vasthouden — dat is voor de spin gevaarlijk en voor u niet zonder risico op brandharen — en niet bij wie gevoelige luchtwegen heeft. En hij past niet bij wie een kortlopende verplichting zoekt: een vrouwtje kan 20 jaar of langer mee. Kies bij de start altijd een rustige, bodembewonende Amerikaanse soort.

Veelgestelde vragen

Is een vogelspin gevaarlijk?
Geen enkele soort die als huisdier wordt gehouden, heeft gif dat voor een gezonde mens levensbedreigend is; een beet lijkt op een wespensteek. Vervelender zijn de brandharen van Amerikaanse soorten, die jeuk en irritatie geven op huid, ogen en luchtwegen.
Mijn vogelspin ligt op haar rug, is ze dood?
Vrijwel zeker niet: dat is de houding waarin ze vervelt, en dat kan uren duren. Raak haar niet aan, haal alle prooidieren weg en laat het terrarium met rust. Na de vervelling is ze dagenlang zacht en eet ze niet.
Welke soort is geschikt om mee te beginnen?
Een rustige, bodembewonende Amerikaanse soort zoals de Chileense roodpoot of de Mexicaanse roodknie. Aziatische en Afrikaanse soorten zijn veel sneller, defensiever en hebben krachtiger gif. Vraag altijd naar de wetenschappelijke soortnaam.

Lees ook