Reptielen, amfibieën en ongewervelden

De korenslang: de rustigste slang om mee te beginnen

Lichtgekleurde korenslang opgerold op een tak in een terrarium
Foto: Mboychuk — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Een Amerikaanse rattenslang zonder gif

De korenslang, Pantherophis guttatus, komt uit het zuidoosten van de Verenigde Staten, waar hij in bosranden, velden en rond boerderijen leeft en op knaagdieren jaagt. Hij is ongiftig en doodt zijn prooi door wurging. De naam zou komen van het maïskorrelpatroon op de buikzijde, of van het feit dat hij vaak bij graanschuren werd aangetroffen.

Voor de terrariumhobby is dit de klassieke beginnersslang, en met reden. Hij blijft met honderdtwintig tot honderdvijftig centimeter hanteerbaar, hij is rustig van karakter en bijt vrijwel nooit, en de verzorging is eenvoudig: geen extreme temperaturen, geen hoge luchtvochtigheid, geen ingewikkeld dieet. Er bestaan bovendien tientallen kleurvormen, van de wildkleur tot vrijwel witte dieren.

Vijftien tot twintig jaar

Een korenslang wordt vijftien tot twintig jaar oud, in gevangenschap soms meer. Dat is een langere verplichting dan veel mensen verwachten van een slang.

De kosten zijn overzichtelijk. Het dier kost vijftig tot honderdvijftig euro, afhankelijk van de kleurvorm, en het terrarium met verwarming en thermostaat komt op tweehonderd tot vierhonderd euro. Het voer is goedkoop: een volwassen slang eet ongeveer één muis per week tot tien dagen. Daarmee is dit een van de goedkoopste reptielen om te houden.

Het terrarium en het ontsnappingsprobleem

Voor een volwassen korenslang volstaat honderdtwintig bij zestig bij zestig centimeter. Ze klimmen graag, dus takken en hoogte worden gebruikt, maar de bodem is het belangrijkst. Gebruik een substraat waarin gegraven kan worden — beukensnippers, cypressenmulch of papier — en geef minstens twee schuilplekken, een aan de warme en een aan de koele kant, plus een waterbak die groot genoeg is om helemaal in te liggen.

De warme kant komt op ongeveer achtentwintig tot dertig graden, de koele op tweeëntwintig tot vierentwintig, geregeld met een thermostaat op een warmtemat of -kabel. Uv-B is voor deze soort niet strikt noodzakelijk maar wel een pluspunt. En dan het belangrijkste: korenslangen zijn beruchte ontsnappingskunstenaars. Ze duwen deurtjes open, kruipen door kieren waarvan u zou zweren dat het niet kan en verdwijnen dan achter de plinten. Zorg voor een terrarium met een slot en controleer elke opening.

Voeding: bevroren muizen

Een korenslang eet knaagdieren, en in de praktijk betekent dat ontdooide, voorgedode muizen uit de vriezer. Voer nooit levende prooi: een muis die zich verdedigt, kan de slang ernstig verwonden, en het is bovendien onnodig belastend voor de muis. Ontdooi de prooi tot kamertemperatuur of iets warmer en bied hem aan met een pincet.

De grootte van de prooi is de vuistregel: ongeveer anderhalf keer de dikste omtrek van de slang. Jonge dieren eten elke vijf tot zeven dagen een pinky, volwassen dieren om de zeven tot tien dagen een muis. Voer niet vaker dan nodig; obesitas komt bij gehouden slangen veel voor. Laat het dier na het eten twee dagen met rust, want hanteren kan tot braken leiden.

Vervellen en gedrag

Een korenslang vervelt regelmatig — jonge dieren elke paar weken, volwassen dieren enkele keren per jaar. Kort van tevoren worden de ogen blauw-melkachtig en wordt het dier schuw en soms wat prikkelbaar; laat het dan met rust. Een gezonde vervelling komt er in één stuk uit. Blijven er stukken zitten, zeker rond de ogen of het staartpuntje, dan is de luchtvochtigheid te laag; een vochtig schuilhok lost dat op.

In de omgang zijn korenslangen rustig. Ondersteun het lichaam met beide handen en laat het dier door uw handen glijden in plaats van het vast te houden. Ze zijn solitair: houd één slang per terrarium. Twee slangen samen leidt tot stress en, bij verschillende formaten, in zeldzame gevallen tot kannibalisme.

Gezondheid en regels

De meest voorkomende problemen zijn slechte vervelling, mijten (kleine zwarte puntjes rond de ogen en onder de schubben), luchtweginfecties bij een te koud of te vochtig terrarium, en mondrot. Een slang die met open bek ademt, piept of belletjes bij de bek heeft, moet naar een reptielendierenarts.

De korenslang staat niet op CITES en is in Nederland vrij te houden; er zijn geen papieren nodig. Wel geldt de salmonellawaarschuwing die voor alle reptielen opgaat: was uw handen na elk contact en houd jonge kinderen, zwangeren en mensen met een verminderde afweer weg bij het dier en het verblijf.

Voor wie is een korenslang geschikt

De korenslang past bij wie een rustig, schoon en goedkoop dier wil dat weinig dagelijkse zorg vraagt. Eén keer per week voeren, water verversen en de temperatuur controleren is het meeste werk. Voor wie voor het eerst een slang wil, is dit vrijwel altijd de juiste keuze.

Hij past niet bij wie geen bevroren muizen in de vriezer wil, en niet bij wie een dier zoekt dat contact zoekt: een slang verdraagt hanteren maar geniet er niet van. En hij past niet bij wie het terrarium niet werkelijk afsluitbaar kan maken, want een ontsnapte korenslang is in een huis vrijwel niet meer te vinden.

Veelgestelde vragen

Moet ik levende muizen voeren?
Nee, en het is af te raden. Een levende muis kan zich verdedigen en de slang ernstig verwonden. Voer ontdooide, voorgedode muizen op kamertemperatuur, aangeboden met een pincet. Vrijwel alle gefokte korenslangen accepteren dat probleemloos.
Hoe vaak moet een korenslang eten?
Jonge dieren elke vijf tot zeven dagen, volwassen dieren om de zeven tot tien dagen één muis van ongeveer anderhalf keer de dikste omtrek van de slang. Vaker voeren leidt tot overgewicht, wat bij gehouden slangen veel voorkomt.
Heb ik papieren nodig voor een korenslang?
Nee. De korenslang staat niet op CITES en mag in Nederland vrij gehouden worden. Wel geldt de salmonellawaarschuwing die voor alle reptielen opgaat: handen wassen na elk contact.

Lees ook