Reptielen, amfibieën en ongewervelden

De wandelende tak: het eenvoudigste huisdier dat er bestaat

Bruine wandelende tak met gestrekte poten op een lichte ondergrond
Foto: Texas Lane — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Een insect dat op een takje lijkt

De wandelende tak die het meest gehouden wordt, is de Indische wandelende tak, Carausius morosus, oorspronkelijk uit Zuid-India. Het is een insect van acht tot tien centimeter dat er precies uitziet als een dun takje, compleet met knoestjes. Bij verstoring blijft hij doodstil zitten of laat zich vallen en houdt zich dood — het camouflagegedrag waar de naam op slaat.

Van alle dieren die als huisdier gehouden worden, is dit waarschijnlijk het eenvoudigste. De verzorging bestaat uit vers blad neerzetten, dagelijks sproeien en af en toe schoonmaken. Er is geen verwarming nodig, geen speciale verlichting, geen filter en geen dierenarts. Voor een eerste kennismaking met het verzorgen van een dier, en voor in een klaslokaal, is het een uitstekende keuze.

Ongeveer een jaar

Een wandelende tak leeft ongeveer een jaar, soms iets langer. Uit het ei komt na twee tot vier maanden een nimf die er al uitziet als een miniatuurvolwassene, en die in ongeveer een half jaar via zes vervellingen volwassen wordt.

Bij het vervellen hangt het dier ondersteboven en kruipt uit zijn oude huid. Daarvoor is hoogte nodig: minstens drie keer de lichaamslengte vrije ruimte onder het hoogste klimpunt. Is die ruimte er niet, dan mislukt de vervelling en raakt het dier misvormd of verliest het poten. Dat is vrijwel de enige manier waarop het in de verzorging fout kan gaan.

Voortplanting zonder mannetjes

Dit is een eigenaardigheid die iedereen verrast. Bij Carausius morosus zijn mannetjes uiterst zeldzaam; vrouwtjes planten zich voort via parthenogenese, oftewel maagdelijke voortplanting, en de eitjes zijn zonder bevruchting levensvatbaar. Alle nakomelingen zijn opnieuw vrouwtjes.

Dat betekent dat één dier binnen een jaar honderden nakomelingen kan opleveren: een volwassen vrouwtje legt dagelijks enkele eitjes, die als kleine bolletjes op de bodem vallen. Wie geen honderden dieren wil, moet de eitjes wegvangen en vernietigen — invriezen is de gebruikelijke manier. En zeer belangrijk: laat nooit een wandelende tak of een eitje in de natuur terechtkomen. In Zuid-Europa hebben ontsnapte populaties zich gevestigd, en in Nederland is uitzetten van exoten verboden.

Het verblijf

Een verblijf van dertig bij dertig bij vijfenveertig centimeter volstaat voor een klein groepje, waarbij de hoogte belangrijker is dan de breedte vanwege het vervellen. Een gaas- of netkooi werkt beter dan glas, omdat er ventilatie nodig is en het dier moet kunnen klimmen; een glazen terrarium met een gaasdeksel kan ook.

De bodem bedekt u met keukenpapier of een dun laagje aarde, zodat u de eitjes kunt terugvinden. Zet er een vaasje of potje met vers voedselblad in, met de opening afgedekt zodat de dieren er niet in vallen en verdrinken. Kamertemperatuur is voldoende — achttien tot vierentwintig graden — en verwarming is niet nodig. Sproei dagelijks licht met lauw water: de dieren drinken de druppels van het blad en hebben die vochtigheid nodig om goed te vervellen.

Voeding: bramenblad, het hele jaar door

De Indische wandelende tak eet vrijwel uitsluitend bramenblad, en daarnaast klimop, hazelaar, eik of liguster. Bramen is verreweg de beste keuze en heeft een groot praktisch voordeel: bramenstruiken houden hun blad in de winter, dus u kunt het hele jaar door verse takken snijden.

Snijd wel op plekken waar niet gespoten wordt en niet langs drukke wegen. Bestrijdingsmiddelen zijn voor deze dieren snel dodelijk. Spoel het blad af voordat u het aanbiedt, en ververs de takken elke drie tot vier dagen, of zodra ze verwelken. Er is geen ander voer nodig, geen supplement en geen waterbakje; alle vocht komt van het gesproeide blad.

Omgang en gezondheid

Wandelende takken zijn te hanteren, maar wel voorzichtig: ze zijn breekbaar en laten bij schrik een poot los. Laat het dier op uw hand lopen in plaats van het vast te pakken, en trek nooit aan een dier dat zich vastklampt — dan breekt de poot af. Bij jonge dieren groeit een verloren poot bij de volgende vervelling terug; bij volwassen dieren niet meer.

Ziektes komen nauwelijks voor. De meest voorkomende problemen zijn mislukte vervellingen door te weinig hoogte of te droge lucht, en sterfte door bespoten blad. Schimmel in het verblijf wijst op te veel vocht en te weinig ventilatie; verminder het sproeien en zorg voor meer luchtdoorstroming.

Voor wie is een wandelende tak geschikt

Voor vrijwel iedereen die een dier wil verzorgen zonder grote verplichting. Het is goedkoop, stil, geurloos, neemt weinig ruimte in en de dagelijkse zorg kost een paar minuten. Voor kinderen is het een uitstekende eerste ervaring, en voor scholen een klassieke keuze.

Het past niet bij wie een dier zoekt dat reageert of contact maakt; een wandelende tak zit het grootste deel van de tijd volstrekt stil. En het past niet bij wie geen bramenstruik in de buurt heeft, want dat blad moet u het hele jaar door kunnen halen. Denk ten slotte vooraf na over de eitjes: zonder ingrijpen heeft u binnen een jaar honderden dieren.

Veelgestelde vragen

Wat eet een wandelende tak?
Vrijwel uitsluitend bramenblad, en daarnaast klimop, hazelaar, eik of liguster. Bramen houdt in de winter zijn blad, dus u kunt het hele jaar door snijden. Snijd nooit langs bespoten plekken of drukke wegen.
Waarom krijg ik eitjes zonder mannetje?
Carausius morosus plant zich voort via parthenogenese: vrouwtjes leggen eitjes die zonder bevruchting uitkomen, en alle nakomelingen zijn opnieuw vrouwtjes. Wie geen honderden dieren wil, vangt de eitjes weg en vriest ze in.
Hoeveel hoogte heeft een wandelende tak nodig?
Minstens drie keer de lichaamslengte vrije ruimte onder het hoogste klimpunt, want hij vervelt ondersteboven hangend. Te weinig hoogte is de belangrijkste oorzaak van misvormingen en verloren poten.

Lees ook