Kwartels houden: kleine hoenders die niet als kippen behandeld mogen worden

Klein, stil en verrassend productief
De kwartel die als hobbydier wordt gehouden, is bijna altijd de Japanse kwartel, een gedomesticeerde vorm die sinds de twaalfde eeuw in Japan wordt gefokt. Het is het kleinste hoen dat in Nederland gangbaar gehouden wordt: een volwassen dier weegt honderd tot driehonderd gram en is niet groter dan een vuist.
Dat formaat is meteen de grote aantrekkingskracht. Kwartels passen in een verblijf dat op een balkon of in een schuurtje kan staan, ze maken weinig geluid — hanen roepen wel, maar zachter en korter dan een kippenhaan — en ze leggen opvallend veel eieren voor hun grootte. Een goede hen legt tweehonderd tot driehonderd eitjes per jaar. Wat kwartels niet zijn, is aaibaar: ze blijven schuw en laten zich niet graag oppakken.
Twee tot drie jaar, en snel volwassen
Kwartels leven kort: twee tot drie jaar is gebruikelijk. Daar staat tegenover dat ze uitzonderlijk snel volwassen worden. Een kwartelkuiken komt na zeventien dagen uit het ei en begint al op zes tot acht weken met leggen — sneller dan welk ander hoen ook.
Dat maakt ze populair bij mensen die zelf willen broeden, maar het betekent ook dat u snel te veel dieren heeft. Houd één haan op vier tot zes hennen; meer hanen leidt tot vechten en tot hennen die kaal gepikt worden op de rug en de kop. Wie geen kuikens wil, houdt alleen hennen: die leggen prima zonder haan.
Een laag verblijf, want ze schrikken omhoog
Hier zit het belangrijkste verschil met kippen. Kwartels gaan niet op stok; ze leven op de grond en slapen daar ook. Wat ze wel doen is bij schrik recht omhoog vliegen, en dat gaat met kracht. In een hoog hok knallen ze dan met de kop tegen het plafond, met soms dodelijke schedelletsels als gevolg.
De oplossing is een laag verblijf van ongeveer vijfentwintig tot dertig centimeter hoog, of juist een hoog verblijf waar ze de ruimte hebben om te stijgen. Wat u vooral niet moet doen is iets ertussenin. Een zacht plafond van gaas of doek helpt bij twijfel. Reken op ongeveer een kwart vierkante meter per dier, met een zandbak om in te stofbaden, gras of hooi op de bodem en schuilplekken om onder te kruipen; kwartels zijn prooidieren en willen dekking.
Voeding
Kwartels hebben een hoger eiwitgehalte nodig dan kippen: reken op een kwartelvoer of een opfokvoer voor pluimvee met ongeveer twintig tot vierentwintig procent eiwit. Gewoon legmeel voor kippen bevat te weinig eiwit en te grove korrels; kwartels eten het slecht.
Daarnaast fijne grit voor de spiermaag, extra kalk voor de leggende hennen, vers groenvoer en af en toe wat meelwormen. Water geeft u in een ondiepe drinkbak met kiezels erin of in een drinknippel, want kwartelkuikens verdrinken in verrassend weinig water. Dezelfde EU-regel als bij kippen geldt ook hier: keukenresten voeren mag niet.
Eieren en registratie
Kwarteleieren zijn klein — ongeveer tien tot twaalf gram tegenover zestig voor een kippenei — en gespikkeld. Drie tot vier kwarteleieren komen ongeveer overeen met één kippenei. Ze staan bekend om hun smaak en worden veel in de keuken gebruikt.
Ook kwartels vallen onder de registratieplicht voor pluimvee bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, en ook zij vallen onder een eventuele ophokplicht bij vogelgriep. Omdat ze doorgaans toch al in een afgesloten verblijf zitten, is dat laatste in de praktijk minder ingrijpend dan bij kippen. Controleer wel of uw gemeente eisen stelt aan het houden van pluimvee in de bebouwde kom.
Gezondheid en gedrag
Kwartels zijn gevoelig voor kou en tocht en hebben in de winter een vorstvrije, droge plek nodig. Verder komen wormen, coccidiose en bloedluis voor, net als bij kippen. Het meest voorkomende probleem is echter gedrag: kwartels pikken elkaar bij te weinig ruimte, te weinig afleiding of een te scheve verhouding tussen hanen en hennen. Kale plekken op de rug of de kop zijn een signaal dat er iets aan de bezetting moet veranderen.
Houd er ook rekening mee dat kwartels hun eieren overal leggen en er zelden een nest voor gebruiken. Broeds worden ze zelden; de broedsheid is er in de domesticatie vrijwel uit gefokt. Wilt u kuikens, dan heeft u een broedmachine nodig.
Voor wie zijn kwartels geschikt
Kwartels passen bij wie weinig ruimte heeft maar toch eieren van eigen dieren wil, en bij wie een stil dier zoekt dat niet opvalt bij de buren. Ze zijn goedkoop, nemen weinig plek in en kunnen zelfs in een goed verblijf in een schuur of op een ruim balkon.
Ze passen niet bij wie een aaibaar dier zoekt of bij kinderen die de dieren willen vasthouden; kwartels blijven schuw. En ze passen niet bij wie een lang leven verwacht: twee tot drie jaar is kort. Wie eerder kippen heeft gehouden, moet vooral het verschil in verblijfhoogte en eiwitbehoefte goed in de gaten houden.



