Hoenders en watervogels

Eenden houden in de tuin: water, modder en veel plezier

Witte gedomesticeerde eend met oranje snavel aan de waterkant
Foto: King of Hearts — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Eenden hoeven niet te kunnen zwemmen, maar ze moeten hun kop wel volledig onder water kunnen steken — een teil van 30 cm diep volstaat. Reken verder op 2 tot 4 m² uitloop per dier, een laag en vossenbestendig nachthok en een tuin die modderig wordt. Ze worden 8 tot 12 jaar oud, een loopeend legt 150 tot 250 eieren per jaar, en de vrouwtjes kwaken hard.

Vrolijk, sociaal en veel rommeliger dan kippen

De meeste gedomesticeerde eenden stammen af van de wilde eend, met uitzondering van de muskuseend, die een andere soort is. Er zijn tal van rassen: de Indische loopeend die rechtop staat als een fles en veel eieren legt, de zware Pekingeend, de kleine kwakerse eend en de Welsh Harlequin. Loopeenden zijn in Nederland populair omdat ze fanatieke slakkeneters zijn en daarmee in de moestuin nuttig werk doen.

Wie van kippen komt, moet één ding vooraf weten: eenden zijn beduidend rommeliger. Ze hebben water nodig, ze maken van dat water binnen een dag modder, en hun mest is nat en overvloedig. Een tuin met eenden ziet er anders uit dan een tuin met kippen. Daar staat een uitgesproken vrolijk en sociaal dier tegenover dat weinig ziek is en verrassend oud kan worden.

De loopeend in de moestuin: wat werkt en wat niet

De Indische loopeend wordt vaak aangeschaft als slakkenbestrijder, en dat werkt echt: een paar eenden houdt een moestuin van gemiddelde omvang opvallend schoon, en anders dan bij chemische middelen blijft er niets achter. Reken op twee tot drie eenden voor een gewone achtertuin; meer dieren betekent vooral meer mest en modder, niet meer slakken.

Er zitten twee beperkingen aan. De eerste is dat een eend geen onderscheid maakt tussen een slak en een jong plantje: sla, spinazie, kiemplanten en aardbeien verdwijnen net zo goed. Laat ze daarom in het voorjaar niet los tussen jonge zaaisels, maar zet ze er kort in wanneer de planten stevig genoeg zijn, of laat ze rond de bedden lopen in plaats van erin. De tweede is dat ze de grond vertrappen. Op natte kleigrond wordt een bed waar dagelijks eenden overheen lopen binnen een seizoen dichtgeslagen.

De praktische oplossing die veel moestuinders gebruiken: de eenden krijgen een vaste uitloop met water, en gaan één of twee keer per dag onder toezicht een half uur het moestuindeel in.

8 tot 12 jaar, en langer dan een kip

Eenden worden 8 tot 12 jaar oud, en dat is aanzienlijk langer dan kippen. Ze leggen wel korter: de meeste rassen leggen goed gedurende de eerste 3 tot 4 jaar. Een Indische loopeend haalt in een goed jaar 150 tot 250 eieren, wat vergelijkbaar is met een legkip.

Eendeneieren zijn groter dan kippeneieren, hebben een grotere dooier en zijn in gebak bijzonder geliefd. Ze zijn ook wat vetter van smaak. Let er wel op dat eenden hun eieren graag in het water of in de modder leggen; wie schone eieren wil, houdt ze 's ochtends tot een uur of tien in het nachthok, want daar leggen ze meestal.

Erpel of eend: geluid, krulveer en de juiste verhouding

Het geslacht van een eend is op drie manieren vast te stellen, en dat is meer dan een liefhebberij: de verhouding tussen erpels en vrouwtjes bepaalt of het in de groep goed gaat.

De stem is het duidelijkst. Vrouwtjes kwaken luid en aanhoudend; erpels maken een schor, zacht geluid dat nauwelijks draagt. Dat onderscheid is er al vanaf een week of acht. Het tweede kenmerk is de krulveer: bij een volwassen erpel krullen enkele veren aan de bovenkant van de staart op, en dat is bij vrijwel alle rassen te zien. Het derde is het verenkleed, maar dat is verraderlijk. In de zomer, na het broedseizoen, ruien erpels in een zogenoemd eclipskleed en lijken ze maandenlang op vrouwtjes. Wie in juli op kleur afgaat, telt verkeerd.

Houd bij voorkeur alleen vrouwtjes, of hooguit 1 erpel op 4 tot 5 eenden. Te veel erpels betekent dat een vrouwtje voortdurend wordt bereden, met kale koppen, wonden aan de nek en in het ergste geval verdrinking als het in het water gebeurt. Dat is de meest voorkomende reden dat een groepje tuineenden misgaat.

Water: geen vijver nodig, wel meer dan een bak

Eenden hoeven niet te kunnen zwemmen, maar ze moeten wel hun kop volledig onder water kunnen steken. Dat is geen luxe: ze reinigen er hun ogen en neusgaten mee en ze kunnen zonder niet fatsoenlijk eten, omdat ze voedsel doorspoelen. Een teil of een verhoogde bak van 30 cm diep volstaat daarvoor.

Een echte plas of vijver is prettiger en geeft veel natuurlijker gedrag, maar wees erop voorbereid dat het water binnen een dag troebel is. Een teil die u dagelijks omkiept en opnieuw vult, is in de praktijk vaak hygiënischer dan een kleine vijver. Zet de waterbak op tegels of grind, want de omgeving wordt gegarandeerd modderig.

Hok, ruimte en de vos

Eenden slapen op de grond en hebben geen zitstokken nodig. Een laag, droog en tochtvrij nachthok met een dikke laag stro volstaat, met ongeveer 0,5 m² per dier. Voor de uitloop geldt minstens 2 tot 4 m² per eend, en meer is beter omdat ze de grond snel kaal maken.

De vos is voor eenden een nog groter gevaar dan voor kippen, omdat eenden trager zijn en niet omhoog kunnen vluchten. Sluit ze elke avond op in een hok dat werkelijk dicht is, met stevig gaas en een ingegraven rand. Laat ze ook niet 's nachts op een vijver: een vos of een marter pakt ze daar net zo goed.

Eendenvoer, niacine en geen brood

Er bestaat speciaal eendenvoer, en dat is de beste basis; kippenvoer kan ook, maar dan is een aanvulling met niacine nodig, want eenden hebben daar meer van nodig dan kippen. Een tekort geeft bij jonge dieren pootproblemen. Bierbostel of een niacinesupplement lost dat op, en brouwersgist is een gangbare aanvulling.

Daarnaast eten ze slakken, wormen, kroos en gras, en dat is voor loopeenden een substantieel deel van het menu. Voer altijd in de buurt van water, omdat ze het voedsel doorslikken met water. Geef geen brood: het is voedingsarm en veroorzaakt op termijn vleugelafwijkingen. Dezelfde EU-regel over keukenresten geldt ook voor eenden.

Pootproblemen, bumblefoot en de registratieplicht

Eenden zijn robuuster dan kippen en hebben minder last van luchtwegproblemen en bloedluis. De meest voorkomende problemen zijn pootafwijkingen door niacinetekort bij jonge dieren, bumblefoot — een ontsteking aan de voetzool door een harde of vuile ondergrond — en wormen.

Ook eenden vallen onder de registratieplicht voor pluimvee bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en onder een eventuele ophokplicht bij vogelgriep. Dat laatste is voor eenden lastiger dan voor kippen, omdat ze water nodig hebben; zorg dat u een overdekte plek heeft waar de waterbak ook onder past. Houd verder rekening met uw buren: erpels zijn stil, maar vrouwtjes kwaken luid en langdurig.

Voor wie zijn eenden geschikt

Eenden passen bij wie een ruime tuin heeft die modderig mag worden, die dagelijks water kan verversen en die het niet erg vindt dat er overal natte mest ligt. In ruil krijgt u vrolijke, sociale dieren, veel eieren en in de moestuin een effectieve slakkenbestrijding.

Ze passen niet in een kleine, nette tuin, en niet bij wie geen vossenbestendig nachthok kan maken. Houd er minstens drie; eenden zijn groepsdieren. En denk na over de verhouding: houd bij voorkeur alleen vrouwtjes of maximaal één erpel op vier tot vijf eenden, want te veel erpels verwonden de vrouwtjes bij het paren.

Veelgestelde vragen

Hebben eenden een vijver nodig?
Nee, maar ze moeten hun kop wel volledig onder water kunnen steken om ogen en neusgaten te reinigen en om te kunnen eten. Een teil of bak van 30 cm diep volstaat, mits u die dagelijks ververst.
Mogen eenden gewoon kippenvoer?
Dat kan, maar dan is extra niacine nodig; eenden hebben daar meer van nodig dan kippen en een tekort geeft pootproblemen bij jonge dieren. Speciaal eendenvoer of een aanvulling met brouwersgist lost dat op. Brood is ongeschikt.
Zijn eenden luidruchtiger dan kippen?
De vrouwtjes wel: die kwaken hard en langdurig. Erpels zijn juist stil en maken een schor, zacht geluid. Wie op geluid let, houdt beter een groepje erpels of een klein aantal vrouwtjes.

Lees ook