Aquarium

De kempvis: een labyrintvis die verwarmd water nodig heeft, geen vaas

Mannelijke kempvis met blauwrode vinnen onder een bellennest
Foto: ErgoSum88 — Public domain · Wikimedia Commons

De kempvis wordt verkocht als een vis die in een vaasje kan, en daar begint het probleem. Hij haalt door zijn labyrintorgaan lucht van het oppervlak en overleeft daarmee in zuurstofarm water, maar hij is een tropische vis: minstens 20 liter, verwarmd op 24 tot 28 °C, met weinig stroming en zachte inrichting. Onder die voorwaarden is het een nieuwsgierig dier met karakter dat 2 tot 4 jaar meegaat.

Een vis die lucht ademt

De kempvis, in de handel meestal betta genoemd, komt uit de ondiepe rijstvelden, sloten en moerassen van Thailand en omgeving. Het water daar is warm en zuurstofarm, en daarop is de soort aangepast met een bijzonder orgaan: het labyrintorgaan, waarmee hij aan het wateroppervlak atmosferische lucht kan ademen. Een kempvis die regelmatig naar boven zwemt om een hap lucht te nemen, doet precies wat hij hoort te doen.

Dat vermogen is helaas ook de basis van de meest hardnekkige mishandeling van deze soort. Omdat hij in zuurstofarm water overleeft, wordt hij verkocht in kleine kommetjes, vaasjes en zelfs in decoratieve flesjes. Overleven is echter iets anders dan leven: het water koelt te ver af, vervuilt te snel en biedt geen ruimte.

2 tot 4 jaar

Een kempvis wordt 2 tot 4 jaar oud, en soms iets meer. Hij wordt 6 tot 8 cm lang, vinnen meegerekend. Mannetjes zijn de bekende vorm met lange, sluierachtige vinnen in felle kleuren; vrouwtjes zijn korter van vin en soberder gekleurd, al zijn er tegenwoordig ook kleurrijke vrouwtjes gefokt.

Let bij aanschaf op de vinnen. De extreem doorgefokte vormen — halfmoon, rosetail, feathertail — hebben zulke zware vinnen dat ze moeite hebben met zwemmen en sneller vinrot krijgen. De crowntail en de plakat, die kortere vinnen heeft, zijn robuuster en actiever.

Waar de vis vandaan komt en hoe u een gezond dier uitkiest

Vrijwel alle kempvissen in de handel komen uit Zuidoost-Azië, waar de mannetjes vanaf jonge leeftijd apart worden opgekweekt omdat ze elkaar anders doden. Daardoor staan ze ook in de winkel vaak in een beker. Dat zegt niets over hoe het dier gehouden hoort te worden, maar wel iets over waar u bij de koop op let.

Kijk naar de vinnen: strak en heel, zonder ingescheurde randen of doorzichtige witte zomen. Kijk naar de houding, want een gezonde kempvis hangt niet met dichtgeklapte vinnen op de bodem maar reageert zodra u langs de beker loopt. Kijk naar de buik: hol wijst op te lang vasten, bol op verstopping. En vraag hoe lang het dier er staat, want hoe korter, hoe kleiner de kans op vinrot uit stilstaand, afgekoeld water. Zet een nieuw dier thuis niet meteen over, maar laat het transportwater een half uur met bakwater vermengen zodat het temperatuurverschil geleidelijk verdwijnt.

Waarom een vaas of kom niet volstaat

Een kempvis heeft minstens 20 liter nodig, en 30 tot 40 liter is prettiger. Belangrijker nog dan het volume is de verwarming. Dit is een tropische vis die 24 tot 28 °C wil; in een onverwarmd kommetje in een Nederlandse woonkamer zakt het water 's nachts naar 18 °C of lager. Dat maakt hem lethargisch, onderdrukt zijn afweer en verkort zijn leven aanzienlijk.

Een filter hoort er ook bij, maar dan een met weinig stroming, want een kempvis is een slechte zwemmer in stroming. Een sponsfilter werkt goed. Richt de bak in met veel beplanting, drijfplanten en zachte schuilplekken; vermijd scherpe decoratie en harde kunstplanten, want daar scheuren de lange vinnen aan. Een blad op de oppervlakte of een bettablad om op te rusten wordt vaak gebruikt.

Mannen kunnen nooit samen

De naam siamese kempvis komt niet uit de lucht vallen. Twee mannetjes in één bak vechten tot een van beide dood is of zwaar verminkt; dat is geen kwestie van gewenning of van een grotere bak. Houd altijd één man per bak.

Vrouwtjes kunnen in een zogenoemde sorority samen, maar dat is alleen iets voor ervaren houders: het vraagt een grote, dicht beplante bak, minstens vijf tot zes vrouwtjes zodat agressie zich verspreidt, en de bereidheid om onmiddellijk te scheiden als het misgaat. Voor wie begint, is één kempvis in een goed ingerichte bak de verstandige keuze. Ook combinaties met andere vissen zijn lastig: alles met lange, kleurige vinnen — guppy's bijvoorbeeld — wordt als rivaal gezien.

Een insecteneter, geen vlokkenvis

De kempvis is een carnivoor. In het wild eet hij insecten en larven aan het wateroppervlak, en dat moet het menu weerspiegelen. Een goed bettavoer met een hoog dierlijk eiwitgehalte vormt de basis, aangevuld met ontdooide muggenlarven, artemia en daphnia. Gewoon tropisch vlokvoer is te plantaardig.

Voer één keer per dag een kleine hoeveelheid — drie tot vier korrels is voor een volwassen dier vaak genoeg — en houd één vastendag per week aan. Kempvissen zijn gulzig en raken makkelijk verstopt of te zwaar. Een opgezwollen buik en moeite met zwemmen wijzen daar vaak op; een dag niet voeren en daarna een stukje ontveld doperwtje helpt meestal.

Gedrag en gezondheid

Een gezonde kempvis is nieuwsgierig, komt naar de voorruit als u langsloopt en bouwt regelmatig een bellennest aan de oppervlakte — een schuimplek van luchtbellen, die hij ook zonder vrouwtje maakt. Dat is een teken dat hij zich goed voelt.

Veelvoorkomende problemen zijn vinrot, zwemblaasproblemen, en de bekende maar vaak verkeerd gediagnosticeerde bulging eyes. Vrijwel alles is terug te voeren op te koud water, te weinig water of te veel voer. Een kempvis die zijn kleuren verliest, stil op de bodem ligt en zijn vinnen dichtklapt, zit meestal in te koud of te vuil water. Meet de temperatuur en de waterwaarden voordat u naar medicijnen grijpt.

Verveling, spiegels en verrijking

Een kempvis is voor een vis opvallend leergierig. Hij volgt beweging buiten de bak, herkent het moment van voeren en leert binnen enkele weken naar een vaste hoek te komen als u eraan verschijnt. Houders gebruiken dat: een drijvend balletje, een voerring op een vaste plek of een hoepel waar de vis doorheen zwemt zijn gangbare vormen van verrijking, en het kost een dier van deze soort weinig moeite om die te leren. In een kale bak met alleen een filter zit hij stil; in een bak met planten, holletjes en iets te onderzoeken is hij vrijwel de hele dag in beweging.

Met een spiegel is voorzichtigheid geboden. Een kort spiegelbeeld laat een mannetje zijn kieuwdeksels spreiden, het gedrag waar de soort om bekendstaat, en als korte oefening is dat onschadelijk. Maar een spiegel die blijft staan, of een tweede bak ernaast met een zichtbare rivaal, houdt de vis in een dreiging die hij niet kan oplossen: hij blijft imponeren, eet minder en raakt uitgeput. Enkele minuten per dag is de grens die ervaren houders aanhouden.

Voor wie is een kempvis geschikt

De kempvis past bij wie een kleine bak van 20 tot 40 liter kan verwarmen en filteren, en die een vis wil met karakter — want dat heeft hij. Kempvissen herkennen hun verzorger, reageren op beweging en zijn actief en nieuwsgierig. Voor een bureau of een kleine kamer is het een aantrekkelijke keuze.

Hij past niet bij wie hem als decoratie in een vaas wil zetten. Dat is geen huisvesting maar een langzame dood, hoe vaak het ook zo verkocht wordt. En hij past niet in een gemeenschapsbak met langvinnige vissen; die combinatie loopt vrijwel altijd slecht af.

Veelgestelde vragen

Mag een kempvis in een vaas of kom?
Nee. Hij kan door zijn labyrintorgaan wel lucht happen, maar het water in een kommetje koelt te ver af en vervuilt te snel. Een kempvis heeft minstens 20 liter verwarmd water van 24 tot 28 °C nodig, met een rustige filter.
Kunnen twee kempvissen samen?
Twee mannetjes nooit: die vechten tot een van beide dood of verminkt is, ook in een grote bak. Vrouwtjes kunnen met vijf of meer in een grote beplante bak, maar dat is alleen voor ervaren houders.
Wat is dat schuim op het water?
Een bellennest. Mannetjes bouwen dat van luchtbellen en speeksel, ook zonder vrouwtje in de buurt. Het is een teken dat de vis zich goed voelt en geen reden tot zorg.

Lees ook