De kat als huisdier: zelfstandig, maar niet zonder eisen

Half gedomesticeerd, en dat merkt u
De huiskat stamt af van de Afrikaanse wilde kat en heeft zich, anders dan de hond, grotendeels zelf gedomesticeerd. Toen de mens graan begon op te slaan, kwamen de muizen, en met de muizen kwamen de katten. Er is nooit sprake geweest van eeuwenlange selectie op samenwerking met de mens, zoals bij herdershonden of jachthonden. Dat is nog altijd merkbaar: een kat is genetisch nauwelijks te onderscheiden van zijn wilde voorouder en gedraagt zich ook zo.
Een kat bindt zich wel degelijk aan mensen, maar op zijn eigen voorwaarden. Hij zoekt contact wanneer hij daar behoefte aan heeft en trekt zich terug wanneer dat niet zo is. Wie dat als afstandelijkheid uitlegt, doet de kat tekort; wie verwacht dat een kat zich als een hond laat sturen, komt bedrogen uit. De omgang met een kat werkt het beste als u het initiatief bij het dier laat.
Vijftien jaar binnen, aanzienlijk korter buiten
Een goed verzorgde binnenkat wordt gemiddeld vijftien tot achttien jaar oud en twintig is geen uitzondering. Katten die vrij naar buiten gaan, halen die leeftijd veel minder vaak: verkeer, gevechten, infectieziekten en vergiftiging eisen hun tol. Dat is het kernpunt van de discussie over binnen of buiten, en er is geen antwoord dat voor alle situaties klopt.
Buiten leven geeft een kat beweging, prikkels en de mogelijkheid natuurlijk gedrag te vertonen. Het kost hem gemiddeld levensjaren en het kost de omgeving vogels en kleine zoogdieren. Binnen leven verlengt zijn leven, maar alleen als u de verveling serieus neemt: verticale ruimte, krabpalen, uitzicht, dagelijks spel en voer dat hij moet zoeken in plaats van uit een bakje eten. Een veilig omheinde tuin of een kattenren is voor veel mensen het redelijke midden.
De kattenbak: de meest onderschatte oorzaak van problemen
Onzindelijkheid is de belangrijkste reden waarom katten in het asiel belanden, en in verreweg de meeste gevallen ligt het niet aan de kat. De vuistregel luidt: één bak per kat plus één extra, dus bij twee katten drie bakken. Zet ze niet naast elkaar maar op verschillende plekken, uit de looproute, niet naast de wasmachine en niet naast de voerbak. Kies bakken die ruim genoeg zijn — anderhalf keer de lengte van de kat — en wees terughoudend met overkapte bakken, die geuren vasthouden.
Schep dagelijks uit en ververs de vulling regelmatig. Veel katten hebben een uitgesproken voorkeur voor fijnkorrelige, ongeparfumeerde klontvormende vulling. Plast een kat opeens buiten de bak, ga dan eerst naar de dierenarts: blaasontsteking en blaasgruis komen veel voor en zijn pijnlijk. Pas als medische oorzaken uitgesloten zijn, is het zinvol naar stress, verhuizing of een nieuwe huisgenoot te kijken.
Voeding: een echte carnivoor die weinig drinkt
De kat is een obligate carnivoor: hij kan niet zonder dierlijk eiwit en heeft taurine nodig, dat in plantaardig voer nauwelijks voorkomt. Een vegetarisch dieet is voor een kat schadelijk. Verder is de kat van huis uit een woestijndier dat weinig drinkt en zijn vocht uit prooien haalt. Dat maakt uitsluitend droogvoer riskant, zeker bij katers, die vatbaar zijn voor blaasgruis en verstoppingen van de plasbuis.
Een combinatie van nat- en droogvoer, of overwegend natvoer, verhoogt de vochtopname aanzienlijk. Zet meerdere waterbakken neer, ver van de voerplek, en probeer een drinkfontein als uw kat weinig drinkt. Verdeel het voer over meerdere kleine porties: een kat eet in de natuur tien tot twintig keer per dag een muis. Voerpuzzels en verstopte porties zijn bovendien een van de eenvoudigste manieren om een binnenkat bezig te houden.
Gedrag, krabben en meerdere katten in huis
Krabben is geen ondeugd maar noodzakelijk gedrag: de kat onderhoudt zijn nagels en zet geurmerken. Verbieden werkt niet, aanbieden wel. Zet een stevige, hoge krabpaal — hoog genoeg om volledig uit te strekken — op de plek waar de kat al krabt, niet in een verre hoek. Meerdere materialen en zowel verticale als horizontale mogelijkheden verhogen de kans dat hij uw bank met rust laat.
Twee katten zijn niet vanzelf gezelliger dan één. Katten zijn geen kuddedieren; ze kunnen goed samenleven, maar dan het liefst als broer en zus of als kittens samen opgegroeid. Een tweede kat naast een volwassen dier vraagt een geleidelijke kennismaking over weken, met gescheiden ruimtes, geurdoekjes en pas later direct contact. Zorg voor voldoende hulpbronnen: eigen bakken, eigen voerplaatsen, genoeg slaapplekken op hoogte. De meeste conflicten tussen huiskatten zijn conflicten over schaarste.
Gezondheid en kosten
Reken voor een kat op grofweg dertig tot zestig euro per maand aan voer, kattenbakvulling, ontworming en preventieve zorg. Enten en de jaarlijkse controle komen daarbij, en castratie of sterilisatie is bij katten die naar buiten gaan geen keuze maar noodzaak: een ongecastreerde kater zwerft en vecht, een niet-gesteriliseerde poes kan twee tot drie nesten per jaar krijgen.
Drie aandoeningen komen bij oudere katten zo vaak voor dat u ze moet kennen. Chronische nierinsufficiëntie treft een groot deel van de katten boven de twaalf en verraadt zich door veel drinken en plassen en gewichtsverlies. Hyperthyreoïdie geeft juist een kat die veel eet en toch vermagert. En gebitsproblemen zijn bij katten wijdverbreid en pijnlijk, terwijl ze uiterlijk lang onopgemerkt blijven. Een jaarlijkse controle vanaf een jaar of acht is daarom geen luxe.
Voor wie is een kat geschikt
Een kat is geschikt voor wie een huisgenoot wil die niet elke dag uitgelaten hoeft te worden en die een aantal uren alleen kan zijn. Hij is minder geschikt voor wie een dier zoekt dat altijd meedoet en zich laat sturen; die verwachting leidt tot teleurstelling aan beide kanten. Voor kleine kinderen geldt hetzelfde als bij honden: laat de kat zelf bepalen of hij contact wil en leer kinderen dat een kat die wegloopt met rust gelaten wordt.
Wie langdurig van huis is, doet er goed aan twee katten te nemen die elkaar al kennen. En houd rekening met de lange termijn: vijftien tot twintig jaar is een reële verwachting. Een kat die op zijn tiende opnieuw moet verhuizen omdat de omstandigheden zijn veranderd, heeft het daar aantoonbaar moeilijk mee.



